Huishoudelijk Reglement Politieke Partij Nieuwe Democratie

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1.1 Begrippen en definities

Artikel 1.2 Wijze van besluitvorming

Artikel 1.3 Berichtenverkeer

Artikel 1.4 Partijblad en partijpublicaties

Artikel 1.5 Website

Artikel 1.6 Partijstemming en partijenquête binnen de Partij

Artikel 1.7 Stemming in vertegenwoordigende Organen

 

Hoofdstuk 2 Het lidmaatschap

Artikel 2.1 Aanvang lidmaatschap

Artikel 2.2 Besluit tot niet-toelating of ontzetting uit het lidmaatschap

Artikel 2.3 Lidmaatschapsrechten

Artikel 2.4 Lidmaatschap politiek bestuurder

Artikel 2.5 Onverenigbaarheden

Hoofdstuk 3 De ledenvergadering

Artikel 3.1 Samenstelling, taken en bevoegdheden van de ledenvergadering

Artikel 3.2 Benoeming leden Geschillencommissie

Artikel 3.3 Bijeenroepen ledenvergadering door bestuur

Artikel 3.4 Bijeenroepen ledenvergadering op verzoek

Artikel 3.5 De Besluitvormingscommissie

Artikel 3.6 Voorbereiding van de ledenvergadering

Artikel 3.7 Aankondiging en agenda van de ledenvergadering

Artikel 3.8 Voorstellen ledenvergadering

Artikel 3.9 Moties en Amendementen met betrekking tot de ledenvergadering

Artikel 3.10 Amendementen landelijke en Europese verkiezingsprogramma’s

Artikel 3.11 Bevoegdheden van de Besluitvormingscommissie bij Moties en Amendementen

Artikel 3.12 Publicatie Moties en Amendementen met betrekking tot de ledenvergadering

Artikel 3.13 Actuele politieke moties

Artikel 3.14 De ledenvergaderingvoorzitters

Artikel 3.15 Stemmingen op de ledenvergadering

Artikel 3.16 De notulen van de ledenvergadering

Artikel 3.17 De te behandelen teksten

Artikel 3.18 De wijze van behandeling

Artikel 3.19 Voorstellen van orde

Hoofdstuk 4 Het bestuur

Artikel 4.1 Samenstelling van het bestuur

Artikel 4.2 Taken van het bestuur

Artikel 4.3 Bevoegdheden van het bestuur

Artikel 4.4 Ondersteuning Partijorganen

Artikel 4.5 Dispensatiebevoegdheid Landelijk bestuur

Hoofdstuk 5 Afdelingen, Deelafdelingen en Regio’s

Artikel 5.1 De Afdeling

Artikel 5.2 De Deelafdeling

Artikel 5.3 De Regio

Artikel 5.4 Taken en bevoegdheden Partijorganen op decentraal niveau

Hoofdstuk 6 Kandidaatstellingen en Verkiezingen

Artikel 6.1 Kandidaatstelling voor Vertegenwoordigende lichamen

Artikel 6.2 Kandidaatstelling voor besturen, commissies en de Geschillencommissie

Artikel 6.3 De Verkiezingscommissie

Artikel 6.4 Bevoegdheden van de Verkiezingscommissie

Artikel 6.5 Besluiten tot deelname aan de verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

Artikel 6.6 Informatieplicht Verkiezingscommissie bij verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

Artikel 6.7 Profiel Lijsttrekker en Kandidaten bij verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

Artikel 6.8 Het lijstadvies en de Kandidatenlijst bij verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

Artikel 6.9 De kandidatenlijst bij verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

Artikel 6.10 Tussentijdse en vervroegde verkiezingen bij verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

Artikel 6.11 Deelnamebesluit verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen op decentraal niveau.

Artikel 6.12 Verdere besluitvorming bij de definitieve deelname aan de verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen op decentraal niveau

Artikel 6.13 Het Lijstadvies en de kandidatenlijst bij de definitieve deelname aan de verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen op decentraal niveau

Artikel 6.14 Instellen wethouders- / gedeputeerdencommissie

Artikel 6.15 De Verkiezingscommissie bij de definitieve deelname aan de verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen op decentraal niveau

Artikel 6.16 Verkiezing van de Lijsttrekker op landelijk respectievelijk decentraal niveau

Artikel 6.17 Verkiezing overige Kandidaten

Artikel 6.18 Voorwaarden bij kandidaatstelling en niet verkiesbare plaatsen

Artikel 6.19 Toevoegen Lijstduwers

Artikel 6.20 Voorkeursacties

Artikel 6.21 Wijze van verkiezen

Artikel 6.22 Verkiezing kandidatenlijst ter vervulling van meerdere gelijke vacatures

Artikel 6.23 Verkiezing Kandidaat ter vervulling van één vacature

Artikel 6.24 Aantal Kandidaten gelijk aan aantal vacatures

Hoofdstuk 7 Het politieke programma en het verkiezingsprogramma

Artikel 7.1 Het politieke programma

Artikel 7.2 Het verkiezingsprogramma

Artikel 7.3 De Programmacommissie

Artikel 7.4 Taken van de Programmacommissie

Hoofdstuk 8 Financiën

Artikel 8.1 Contributie

Artikel 8.2 Contributiebetaling

Artikel 8.3 Afdracht door politieke ambtsdragers

Artikel 8.4 Donateurs

Artikel 8.5 Financiële verantwoording

Artikel 8.6 Bijdragen aan regio’s en afdelingen

Artikel 8.7 De Financiële commissie: het landelijk niveau

Artikel 8.8 Bevoegdheden van de Financiële commissie: het landelijk niveau

Artikel 8.9 Financiën op decentraal niveau

Artikel 8.10 Vergoedingen

Hoofdstuk 9 Het Bestuurdersgenootschap

Artikel 9.1 Leden van het Bestuurdersgenootschap

Artikel 9.2 Bestuur van het Bestuurdersgenootschap

Hoofdstuk 10 Beroep bij de Geschillencommissie

Artikel 10.1 Het instellen van beroep

Artikel 10.2 Beroeps- en uitspraaktermijn

Artikel 10.3 Het vooronderzoek

Artikel 10.4 De leden van de behandelende Kamer

Artikel 10.5 Zorgvuldige behandeling

Artikel 10.6 De uitspraaktermijn: snellere uitspraak

Artikel 10.7 De uitspraak en het beroep tegen de uitspraak

Artikel 10.8 De mededeling van de uitspraak

Artikel 10.9 Rechtskracht

Hoofdstuk 11 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11.1 Publicatie van statuten en reglementen op de Website

Artikel 11.2 Inwerkingtreding en aanpassing door de Besluitvormingscommissie

Artikel 11.3 Bepalingen ten aanzien van de Startfase van de Partij

Hoofdstuk 1 Algemeen

Afkortingen: Artikel is afgekort met art; verwijzing naar de Statuten van de partij geschiedt als volgt: bv. ‘volgens art 23 lid 6 van de Statuten’ wordt ‘vlg art 23.6 St’. Bij verwijzing naar een artikel (Hoofdstuk) van het Huishoudelijk Reglement wordt dit ‘vlg art (Hfdst)…’.

Artikel 1.1 Begrippen en definities

  • Onder Statuten wordt verstaan de statuten van de politieke partij Nieuwe Democratie, afgekort tot ND.
  • Onder Partij wordt in dit reglement verstaan de politieke partij Nieuwe Democratie als bedoeld in art 1 St.
  • Dit en geen ander reglement kan worden aangehaald als het Huishoudelijk Reglement van de Partij, conform art 3 St. Tenzij in dit reglement uitdrukkelijk wordt verwezen naar artikelen uit de Statuten, hebben de verwijzingen betrekking op het Huishoudelijk Reglement.
  • In dit reglement worden de begrippen gehanteerd in de betekenis van de Statuten en wordt vervolgens verstaan onder:
    • Ambtelijk secretaris: ondersteunt in een Orgaan op professionele wijze de werkzaamheden op secretarieel, organisatorisch en eventueel beleidsmatig gebied, met als doel het optimaal functioneren van het Orgaan.
    • Amendement: een voorstel tot wijziging van, schrapping van (een deel van), toevoeging aan dan wel het in zijn geheel vervangen van een voorgelegde tekst.
    • Belangrijke Onderwerpen: onderwerpen uit het verkiezingsprogramma die in de onderhandelingen aan de orde kunnen komen en die de Partij nastrevenswaardig vindt, maar die na de betreffende verkiezing als onderhandelingsruimte kunnen worden gebruikt. De kiezer accepteert dat het in principe mogelijk is dat geen enkel Belangrijke Onderwerp in de op de verkiezingen volgende regeerperiode wordt gerealiseerd,
    • Bestuur: Landelijk bestuur op landelijk niveau en Decentraal bestuur op regionaal, afdelings- of deelafdelingsniveau.
    • Bureau: landelijk bureau als de uitvoeringsorganisatie van de Partij vlg art 4.4.
    • Centraal: hiermee wordt bedoeld het landelijke niveau.
    • Decentraal: hiermee wordt bedoeld het regionale of (deel)afdelingsniveau.
    • Décharge: de ontheffing van een penningmeester van de aansprakelijkheid voor het financiële beheer, nadat betrokkene daaromtrent verantwoording heeft afgelegd.
    • Digitaal lid: het Lid dat de Partij heeft toegestaan zijn/haar e-mailadres te gebruiken voor alle communicatie tussen hem/haar en de Partij (vergelijk met Postlid onder 1.4.29).
    • Financiële commissie: de landelijke commissie met de taak toezicht uit te oefenen op het financieel beheer van het Landelijke bestuur en diens penningmeester, gevraagd of ongevraagd, te adviseren inzake financiële aangelegenheden.
    • Fungerend voorzitter: diegene die de feitelijke leiding van een vergadering heeft.
    • Gemeentelijke verkiezingen: verkiezingen voor een gemeenteraad.
    • Goedkeuring bij de besluitvorming: geen recht om wijzigingen aan te brengen (vaststelling omvat wel het recht om wijzigingen aan te brengen).
    • Huishoudelijk Reglement: het huishoudelijke reglement op landelijk niveau.
    • Idealen: onderwerpen uit het verkiezingsprogramma, die niet onderhandelbaar zijn.
    • Kandidaat: Lid dat zich heeft aangemeld voor een vacature in een Partijorgaan dan wel voor een vertegenwoordigende functie namens de Partij en door de Verkiezingscommissie is geaccepteerd of reeds door de Leden als Kandidaat is gekozen.
    • Kascommissie: de Financiële commissie op decentraal niveau.
    • Kiesrecht:
      • Actief: recht om te stemmen.
      • Passief: recht om gekozen te worden in een bepaalde vertegenwoordigende functie.
    • Landelijke politieke partij: enige politieke partij of groepering die vertegenwoordigd is in of meedoet aan de verkiezingen voor de Eerste en/of Tweede Kamer van de Staten-Generaal of voor het Europees Parlement[1].
    • Landelijke verkiezingen: verkiezingen voor Tweede Kamer der Staten-Generaal en voor het Europees Parlement.
    • Lid: degene die zich bij de Partij heeft aangemeld als lid; voldoet aan de voorwaarden die de Statuten stellen; door het Landelijk bestuur is toegelaten als Lid; en de contributie heeft betaald. Met Lid wordt zowel het digitale Lid uit 4.7 als het Postlid uit 4.29 bedoeld.
    • Ledenvergaderingleiding: de (gezamenlijke) voorzitter(s) van een ledenvergadering.
    • Lijstduwer: een verkiezingskandidaat namens de Partij die persoonlijk naar verwachting veel stemmen zal trekken en wil bijdragen aan de populariteit van de Partij maar op een onverkiesbare plaats op de kandidatenlijst staat. De Lijsttrekker is de verkiezingskandidaat die als eerste op de kandidatenlijst voor een verkiezing van het lidmaatschap van een Vertegenwoordigend lichaam is geplaatst.
    • Meerderheid bij stemming:
      • Absoluut: een aantal stemmen van ten minste de helft van het totale aantal stemgerechtigde stemmen plus een half. Er wordt wel rekening gehouden met onthoudingen, blanco stemmen of niet uitgebrachte stemmen. De helft plus een geldt alleen bij een even aantal stemmen.
      • Gewoon: in een stemprocedure zijn er meer voorstemmen dan tegenstemmen van de door de stemgerechtigde Leden uitgebrachte stemmen. Er wordt geen rekening gehouden met onthoudingen, blanco stemmen, afwezigen of niet uitgebrachte stemmen.
      • Gekwalificeerd: een gewone of absolute meerderheid die in een stemprocedure pas doorslaggevend is, wanneer ze voldoet aan aanvullende voorwaarden.
    • Motie: voorstel tot het doen van een algemene uitspraak, ofwel een verzoek of opdracht tot een bepaalde handeling. Een Motie heeft geen gevolgen voor de formulering van de alsdan ter besluitvorming voorgelegde voorstellen. Actuele politieke motie: politieke Motie betreffende een zaak, waarbij zich een belangrijk politiek feit heeft voorgedaan tussen twee dagen voor sluiting van de gewone politieke Moties en dag van indiening van de Actueel politieke motie, zoals bepaald in het ledenvergaderingreglement, en waarbij de behandeling van de Motie niet kan wachten tot het volgende ledenvergadering.
    • Orgaan: onderdeel van de Partij, zoals een bestuur, commissie, et cetera.
    • Ondersteuningsverklaring: de verklaring van een medelid die een Kandidaat steunt bij de kandidaatstelling voor een partijfunctie of voor een functie in een Vertegenwoordigend lichaam.
    • Partijblad: een minimaal halfjaarlijkse uitgave van een partijblad dat aan alle Leden wordt toegezonden.
    • Partijorgaan: elk Orgaan van de Partij, dat genoemd wordt in art 8 St of door de in dit artikel genoemde organen is ingesteld.
    • Partijstemming: de stemming via het digitale systeem voor de Partijstemmingen dat door het Landelijk bestuur van de Partij is goedgekeurd en waarbij Postleden hun stem per post kunnen uitbrengen.
    • Postlid: Lid dat heeft aangegeven uitsluitend per post te willen communiceren.
    • Prioriteiten: onderwerpen uit het verkiezingsprogramma, die wel onderhandelbaar zijn, maar waarvan per definitie een deel dient te worden verwezenlijkt in politieke onderhandelingen.
    • Provinciale verkiezingen: verkiezingen voor provinciale staten of andere regionale bevolkingsvertegenwoordigingen in een provincie.
    • Programmacommissie: Partijorgaan, ingesteld door het Landelijke bestuur of een Decentraal bestuur, verantwoordelijk voor het ontwikkelen en bewaken van het geldende partijprogramma en het verkiezingsprogramma op decentraal, landelijk en Europees niveau.
    • Resolutie: (een voorstel tot het nemen van) een besluit, waarin de hoofdlijnen van een politiek programmatisch standpunt zijn vervat.
    • Startfase van de Partij: de periode die begint met de oprichtingsvergadering en eindigt twee jaar na de uitslag van de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 2021.
    • Stembiljet: voor een Partijstemming: het per email of per post toegestuurde formulier, waarmee een stemgerechtigde digitaal of per post kan stemmen.
    • Verkiezingscommissie: Partijorgaan, ingesteld door het landelijke of een Decentraal bestuur, verantwoordelijk voor de procedures en de uitvoering daarvan voor de verkiezing van Kandidaten voor een partijfunctie en voor vertegenwoordigende Organen vlg art 6.3.
    • Vertegenwoordigend lichaam: Europees Parlement, Eerste Kamer, Tweede Kamer, Provinciale Staten, Gemeenteraden, Algemeen Bestuur van Waterschappen en verdere gekozen politieke lichamen.
    • Voordracht: niet bindende aanbeveling aan het tot verkiezing of benoeming bevoegde Orgaan door het daartoe aangewezen Orgaan, welke minimaal één Kandidaat vermeldt en niet meer dan het aantal te verkiezen of benoemen Kandidaten mag vermelden.
    • Voorkeursactie: een communicatie uiting ten gunste van één of meer Kandidaten voor een bestuursfunctie dan wel vertegenwoordigende functie.
    • Website: de website van de Partij ten behoeve van zowel het landelijke niveau als de decentrale niveaus.
    • De begrippen volksvertegenwoordiger en volksvertegenwoordiging zijn vervangen door bevolkingsvertegenwoordigers en bevolkingsvertegenwoordiging.

Artikel 1.2 Wijze van besluitvorming

  • Besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen, behalve waar het gaat om de volgende besluiten over:
    • Vaststelling of wijziging van het Huishoudelijk Reglement vlg art 25.1, 25.2 en 3 St.
    • Wijziging van de Statuten vlg art 23 St.
    • Ontbinding van de Partij vlg art 24 St.
  • Ieder stemgerechtigd Lid in het desbetreffende Partijorgaan mag slechts één stem uitbrengen. Blanco stemmen zijn ongeldig en stemmen kunnen niet worden uitgebracht bij volmacht.
  • Besluitvorming binnen een bestuur, commissie of de Geschillencommissie kan telefonisch plaatsvinden.
  • Een besluit van een bestuur, commissie of de Geschillencommissie is slechts dan rechtsgeldig indien ten minste de helft van de leden van dat Partijorgaan aan de stemming over dat besluit heeft deelgenomen. Voor het bestuursbesluit geldt een absolute meerderheid van stemmen vlg art 1.9 Sta tenzij anders wordt vermeldt. Voor de Geschillencommissie en andere commissies geldt een gewone meerderheid van stemmen tenzij anders in het Huishoudelijk Reglement of de statuten wordt vermeldt.
  • Bij een Partijstemming op een bepaald niveau:
    • Worden alle stemgerechtigde Leden op dat niveau in de gelegenheid gesteld te stemmen.
    • Ontvangen Digitale leden een Stembiljet per email.
    • Ontvangen Postleden een Stembiljet per post.
  • Elk besluit genomen door een Partijorgaan of commissie wordt desgevraagd digitaal of schriftelijk, eventueel tegen kostprijs, aan een Lid verstrekt, tenzij het besluit in een besloten deel van een vergadering genomen is.
  • Besluiten van besturen of commissies waartegen beroep openstaat dienen gemotiveerd te zijn. Beroepstermijnen vangen aan met de bekendmaking van het besluit op de Website of, indien het een Postlid betreft, vijf werkdagen na dagtekening van het toegezonden poststuk.
  • De ledenvergadering op haar eigen niveau kan slechts het besluit nemen:
    • Een voorgenomen besluit voor te leggen aan de partijleden van haar niveau om de mening over dat voorgenomen besluit bij deze partijleden vast te stellen via een Partijstemming op haar niveau vlg art 1.2.8.
    • De uitslag van de Partijstemming van verwerping of instemming, vastgesteld vlg art 1.2.1, bij de bekendmaking van die uitslag met onmiddellijke ingang te accepteren als een besluit buiten vergadering van de ledenvergadering. Hetzelfde geldt voor de verkiezing van de leden van een bestuur, commissie of enig ander Partijorgaan.#
  • In afwijking van art 8.1 en 8.2 kan de ledenvergadering besluiten tot het opleggen aan het bestuur van nader omschreven opdrachten gericht op het verzamelen van informatie ten behoeve van de meningsvorming, waartoe het bestuur voor de uitvoering een commissie kan instellen; geeft ze goedkeuring aan de jaarrekening, de begroting en wijzigingen van de reglementen op haar niveau voor zover niet strijdig met de Statuten.
  • De formulering van een voorgenomen besluit in de ledenvergadering geschiedt door de Besluitvormingscommissie. De ledenvergadering dient met een gewone meerderheid met deze formulering in te stemmen.
  • Hangende de uitslag van een Partijstemming over een voorgenomen besluit door de ledenvergadering is de uitvoering van dat besluit geschorst. Slechts als het besluit in de Partijstemming wordt aangenomen is het besluit rechtsgeldig vanaf het moment van de uitslag van de Partijstemming.
  • Het is verplicht in de tevoren aan alle Leden toegezonden agenda op te nemen dat deze besluitvorming zal plaatsvinden.
  • Over een niet in een agenda opgenomen onderwerp kan geen besluit worden genomen.
  • De ledenvergadering van elk niveau bezit alle bevoegdheden die niet door de wet of de Statuten aan andere Partijorganen zijn opgedragen of niet in de Statuten of het Huishoudelijk Reglement zijn geregeld.
  • Elk landelijk resp. decentraal Partijorgaan besluit over het geheel, beperkt of niet openbaar zijn van haar vergaderingen en vergaderstukken.
  • In gevallen waarin de Statuten en het Huishoudelijk Reglement niet voorzien en in spoedeisende, onvoorziene gevallen beslist het Landelijk bestuur en legt daarover verantwoording af aan de landelijke ledenvergadering.
  • Bij een Partijstemming dient vlg art 1 St de mening van de Nederlandse of regionale bevolking invloed te hebben op een landelijk partijstandpunt:
    • Blijkt de Nederlandse bevolking in een te generaliseren steekproef met bv. 60% in te stemmen met een landelijk standpunt van de partij, dan wordt het aantal uitgebrachte ja–stemmen in de Partijstemming met 60% van de totaal uitgebrachte stemmen verhoogd. Dezelfde regel geldt voor het afwijzingspercentage door de Nederlandse bevolking.
    • Blijkt de regionale bevolking in een te generaliseren steekproef met bv. 60% in te stemmen met een regionaal standpunt van de partij, dan wordt het aantal uitgebrachte ja–stemmen in de Partijstemming op het niveau van de regio met 60% van de totaal uitgebrachte stemmen verhoogd. Dezelfde regel geldt voor het afwijzingspercentage door de regionale bevolking..

Artikel 1.3 Berichtenverkeer

  1. Correspondentie aan een Partijorgaan kan geschieden digitaal of per post, gericht aan het door of namens dit Partijorgaan aangegeven adres van dat Partijorgaan.
  2. Het uitbrengen van een stem in een Partijstemming kan uitsluitend digitaal door Digitale leden of schriftelijk door Postleden.
  3. Voor berichten met een deadline geldt dat het bericht vóór sluiting van de termijn op het ontvangstadres moet zijn ontvangen. De betreffende ontvangstadministratie binnen de Partij is bindend, tenzij de verzender een eerdere ontvangst door de betreffende ontvangstadministratie kan aantonen. Bij spoedeisende stemmingen is het mogelijk dat schriftelijk uitgebrachte stemmen niet tijdig worden ontvangen. Bij de aanmelding als Postlid accepteert het Lid dat diens stem in dat geval niet kan meetellen.
  4. Termijnen langer dan zeven dagen en tegelijkertijd korter dan vier weken die eindigen op een zaterdag of zondag of op een op grond van de Algemene Termijnenwet erkende algemene feestdag worden verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
  5. Publicatie, bekendmaking en toezending van voorstellen en mededelingen door besturen en commissies kan digitaal geschieden via plaatsing op de betreffende tabs op de Website of per post of via publicatie in de Partijblad. Van plaatsing van de desbetreffende link op de Website wordt per e-mail aan alle Digitale leden mededeling gedaan. Postleden kunnen de desbetreffende voorstellen op aanvraag en tegen kostprijs per post aan hen toegestuurd krijgen.
  6. De voorzitters van de organen, die verantwoordelijk zijn voor het functioneren van het betreffende Orgaan leggen jaarlijks verantwoording af aan de Leden via het Partijblad en/of de Website.

Artikel 1.4 Partijblad en partijpublicaties

  • Het Landelijk bestuur draagt (na de Startfase van de Partij) zorg voor een minimaal halfjaarlijkse uitgave van een Partijblad, dat aan alle Leden wordt toegezonden.
  • Het Landelijk bestuur kan verantwoordelijkheden voor het Partijblad mandateren aan een redactieraad en regelt in zo’n geval de samenstelling, taak en bevoegdheden van deze redactieraad in een redactiestatuut.
  • Het Landelijk bestuur is bevoegd het Partijblad gezamenlijk te doen verzorgen met de fracties in de Vertegenwoordigende lichamen en/of met een ander Partijorgaan.
  • De redactieraad van het Partijblad ressorteert onder het Bureau.

Artikel 1.5 Website

  • Het Landelijk bestuur draagt zorg voor het ontwikkelen en onderhouden van één website voor alle Organen en onderdelen van de Partij met in elk geval relevante informatie over en mededelingen van:
    • De ledenvergaderingen, besturen en commissies.
    • De Partijstemmingen, partijenquêtes en de door de Partij gehouden bevolkingsenquêtes.
    • De partijleden in de Vertegenwoordigende lichamen.
    • De regio’s, afdelingen, deelafdelingen.
  • De Website bevat een tab ‘Meningsvorming’, waarop Leden in maximaal 500 woorden hun mening over een bepaald onderwerp kunnen uploaden, inclusief hun mailadres voor als een belangstellende een gedetailleerdere uitwerking wil opvragen. Leden kunnen reageren op de geüploade mening. Na negen maanden worden meningen en reacties automatisch verwijderd.
  • Het Landelijk bestuur is bevoegd de Website gezamenlijk te verzorgen met de fracties in de Vertegenwoordigende lichamen en/of met een ander Partijorgaan.
  • De redactieraad van het Partijblad ressorteert onder het Bureau.

Artikel 1.6 Partijstemming en partijenquête binnen de Partij

  • Een in een Partijstemming voor te leggen besluit kan geen betrekking hebben op de jaarrekening, de begroting of personen.
  • Op elk niveau kan een Partijstemming worden aangevraagd bij haar bestuur indien gedaan door en ondertekend door :
    • Ten minste 10% van haar stemgerechtigde Leden of, als dat meer is, 25 stemgerechtigde Leden op het overeenstemmende niveau; óf
    • De fractie in het Vertegenwoordigend lichaam op het overeenstemmende niveau met een tweederde meerderheid van stemmen; óf
    • Haar ledenvergadering met een absolute meerderheid van stemmen.
  • Aan de aanvraag voor een Partijstemming dient binnen vier weken gevolg te worden gegeven.
  • Hiertoe zendt de Besluitvormingscommissie aan alle stemgerechtigde Leden het voorgenomen besluit en het advies van het bestuur toe, met een Stembiljet met de vraag om voor een bepaalde datum te stemmen.
  • Binnen 72 uur na sluiting van de Partijstemming bepaalt de Besluitvormingscommissie de uitslag van de Partijstemming. Van deze zitting wordt proces-verbaal opgemaakt met de datum, de aanwezigen, een korte beschrijving van de zitting, de uitslag en de ondertekening door de voorzitter en de secretaris of drie van de Leden van de Besluitvormingscommissie. Bij het bepalen van de uitslag worden slechts die uitgebrachte stemmen in aanmerking genomen die vóór de sluiting van de Partijstemming zijn ontvangen.
  • Partijstemming m.b.t. de standpunten van de Partij:
    • Op landelijk niveau:
      • Indien in een Partijstemming op landelijk niveau over Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen voor het verkiezingsprogramma is gestemd door minimaal 40% van de stemgerechtigde leden, dan worden de Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen voor het verkiezingsprogramma die de meeste stemmen hebben gehaald, geacht te zijn gekozen. Deze uitslag is bindend voor de partij op alle niveaus en voor haar Leden in Vertegenwoordigende lichamen.
      • Indien in een Partijstemming op landelijk niveau over Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen voor het verkiezingsprogramma is gestemd door minder dan 40% van de stemgerechtigde Leden dan stelt het Landelijk bestuur, geadviseerd door haar fracties op landelijk en Europees niveau, de Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen voor het verkiezingsprogramma vast.
      • Indien in een Partijstemming op landelijk niveau over actuele politieke onderwerpen is gestemd door minimaal 50% van de stemgerechtigde Leden en is daarvan minimaal 70% van de stemmen voor instemming of verwerping, dan is deze uitslag bindend voor de Partij op het landelijke niveau en voor haar Leden in Vertegenwoordigende lichamen op het landelijk niveau, waarin deze Leden dus unaniem stemmen voor instemming of verwerping.
      • Indien in een Partijstemming op landelijk niveau over actuele politieke onderwerpen is gestemd door minder dan 50% van de stemgerechtigde leden, dan stelt het Landelijk bestuur een verdeelde uitslag vast. Deze verdeelde uitslag is bindend voor de Partij op het landelijke niveau en voor haar Leden in Vertegenwoordigende lichamen op het landelijk niveau, waarin zij dus verdeeld stemmen voor instemming of verwerping.
    • Op decentraal niveau:
      • Indien in een decentrale Partijstemming over Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen voor het decentrale verkiezingsprogramma is gestemd door minimaal 40% van de stemgerechtigde Leden op dat decentrale niveau, dan worden de Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen voor het decentrale verkiezingsprogramma die de meeste stemmen hebben gehaald, geacht te zijn gekozen. Deze uitslag is bindend voor de Partij op dat decentrale niveau en voor haar Leden in Vertegenwoordigende lichamen.
      • Indien in een decentrale Partijstemming over Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen voor het decentrale verkiezingsprogramma is gestemd door minder dan 40% van de stemgerechtigde Leden dan stelt het Decentrale bestuur, geadviseerd door zijn fractie, de Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen voor het decentrale verkiezingsprogramma vast.
      • Indien in een decentrale Partijstemming over actuele politieke onderwerpen is gestemd door minimaal 40% van de stemgerechtigde leden van dat decentrale niveau en indien daarvan minimaal 70% van de stemmen voor instemming of verwerping is, dan is deze uitslag bindend voor de Partij op het decentrale niveau en voor haar leden in Vertegenwoordigende lichamen op het decentrale niveau, waarin deze Leden dus unaniem stemmen voor instemming of verwerping.
      • Indien in een decentrale Partijstemming over actuele politieke onderwerpen is gestemd door minder dan 40% van de stemgerechtigde Leden op dat decentrale niveau, dan stelt het Decentrale bestuur een verdeelde uitslag vast. Deze verdeelde uitslag is bindend voor de Partij op het decentrale niveau en voor haar leden in Vertegenwoordigende lichamen op haar decentrale niveau, waarin zij dus verdeeld stemmen voor instemming of verwerping.
      • Indien een Prioriteit of Belangrijk Onderwerp onderdeel uitmaakt van een compromis bij de coalitievorming kan worden afgeweken van het verdeelde stemmen.
    • Indien een Partijstemming niet tijdig kan plaatsvinden vinden de stemming op een vergadering plaats door de aanwezige stemgerechtigde leden.
    • Tegen een uitslag of een vaststelling m.b.t. art 1.6.6.1 en 1.6.6.2. is geen beroep mogelijk.
  • Een partijenquête peilt de mening van de Leden over een (of meer) onderwerp(en). Ze dient de meningsvorming en besluitvorming binnen de Partij. Daartoe wordt het systeem voor de Partijstemming gebruikt. De uitslag is niet bindend.
  • Ieder bestuur is bevoegd tot het houden van een enquête op zijn niveau. Er zijn geen beperkingen met betrekking tot de onderwerpen.
  • Indien door het Landelijk bestuur noodzakelijk geacht, is hij bevoegd tot het houden van enquêtes onder de Nederlandse bevolking om het draagvlak van onderwerpen uit het partijprogramma te onderzoeken.

Artikel 1.7 Stemming in vertegenwoordigende Organen

  • Bij stemmingen door partijvertegenwoordigers in Vertegenwoordigende lichamen representeert de partijfractie de mening van de partijleden. Indien nodig zullen de partijvertegenwoordigers verdeeld stemmen. Dit geschiedt zoveel mogelijk op basis van het eigen standpunt en indien noodzakelijk niet op persoonlijke titel.
  • Bij een stemming in een Vertegenwoordigend lichaam is de besluitvorming over een standpunt van de Partij mede gebaseerd op het standpunt van de meerderheid van de Nederlandse bevolking, indien vastgesteld met een wetenschappelijk verantwoorde generaliseerbare bevolkingsenquête.
  • Over andere aan de orde komende onderwerpen dan in het partijprogramma vermeld kan een partijvertegenwoordiger na overleg in de partijfractie vrij een eigen mening vormen en die uiten in een stemming in het vertegenwoordigende lichaam, tenzij over dat onderwerp tijdig een Partijstemming kan worden gehouden, waarna verdeeld moet worden gestemd.

Hoofdstuk 2 Het lidmaatschap

Artikel 2.1 Aanvang lidmaatschap

  • Aanmelding voor het lidmaatschap geschiedt schriftelijk of telefonisch bij het Bureau of via de Website.
  • Het lidmaatschap gaat in nadat de eerste contributiebetaling binnen de gestelde termijn bij de penningmeester is binnengekomen, tenzij art 2.1.3. van toepassing is.
  • Het bestuur kan, indien de redelijkheid en de billijkheid dat eisen, alvorens te besluiten tot toelating van een Lid of een groep leden, een onderzoek (doen) instellen.
    • De betrokkene wordt na het besluit tot onderzoek onverwijld op de hoogte gesteld van het instellen van dit onderzoek.
    • Het onderzoek zelf dient binnen een maand te zijn afgerond.
    • Het besluit tot al dan niet toelating dient binnen zes weken na registratie van de aanmelding genomen te worden.
    • Bij toelating gaat het lidmaatschap in op het tijdstip van het bestuursbesluit tot toelating.
    • Bij niet-toelating wordt een eventueel reeds betaalde contributie gerestitueerd en wordt het lidmaatschap geacht niet te zijn ingegaan.
  • Na ontzetting als Lid wegens contributieschuld vlg art 6.1.2.4 St wordt het lidmaatschap geacht wederom in te gaan op de datum waarop de contributieschuld is voldaan.

Artikel 2.2 Besluit tot niet-toelating of ontzetting uit het lidmaatschap

  • Het besluit tot niet-toelating als Lid dient onder vermelding van de gronden onverwijld, doch in elk geval binnen één maand aan het desbetreffende kandidaat-Lid bekend te worden gemaakt.
  • Het besluit tot opzegging of ontzetting als lid, alsmede tot opschorting zoals bedoeld in art 9 St, dient onder vermelding van de gronden onverwijld, doch in elk geval binnen één maand aan het desbetreffende Lid te worden bekendgemaakt. Het besluit tot opzegging of ontzetting wordt met bericht van ontvangst en onder vermelding van de beroepsmogelijkheid, aan de betrokkene bekendgemaakt. Tegen dat besluit staat tot uiterlijk vier weken na ontvangst door de betrokkene beroep open bij de Geschillencommissie. Deze doet binnen twee weken uitspraak. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie is geen beroep mogelijk.

Artikel 2.3 Lidmaatschapsrechten

  • Met inachtneming van het in de Statuten en het Huishoudelijk Reglement bepaalde, heeft ieder Lid het recht:
    • De landelijke ledenvergadering bij te wonen, aan de discussie deel te nemen, Moties en Amendementen in te dienen en te stemmen.
    • De eigen decentrale ledenvergadering bij te wonen, aan de discussie deel te nemen, Moties en Amendementen in te dienen en te stemmen. Een Lid is stemhebbend in slechts één binnen- of buitenlandse afdeling en bij afdelingsoverstijgende onderwerpen in slechts één regio.
    • Zijn stem uit te brengen bij de aanwijzing van Kandidaten die door de Partij gesteld worden bij de verkiezing voor een Vertegenwoordigend lichaam.
    • Na voorafgaande melding bij het bestuur, bestuursvergaderingen als toehoorder bij te wonen, met dien verstande dat de Fungerend voorzitter in bijzondere gevallen de vergadering geheel of gedeeltelijk besloten kan doen verklaren.
    • Kandidaat te staan:
      • Voor bestuursfuncties.
      • Voor verkiezing in bijzondere Organen en commissies van de Partij.
      • Voor verkiezing in een Vertegenwoordigend lichaam namens de Partij.
    • De rechten aan het lidmaatschap verbonden kunnen worden uitgeoefend zodra aan de contributieverplichting is voldaan en alsdan kan het Lid deelnemen aan besluitvorming in de ledenvergadering.
    • De rechten verbonden aan het lidmaatschap zijn niet overdraagbaar.

Artikel 2.4 Lidmaatschap politiek bestuurder

  • Een bestuurder die namens de Partij een politiek-bestuurlijke functie bekleedt moet partijlid zijn.
  • Een niet-partijlid die namens de Partij een politiek-bestuurlijke functie gaat bekleden, moet voorafgaand aan de benoeming het lidmaatschap van de Partij te zijn aangegaan.

Artikel 2.5 Onverenigbaarheden

  • Het Kandidaat zijn of het lidmaatschap voor de Partij in enig Vertegenwoordigend lichaam is onverenigbaar met het lidmaatschap van enige andere politieke partij, dan wel van enige politieke partij of groepering, specifiek voor dat Vertegenwoordigend lichaam vlg art 1 St.
  • Het Kandidaat zijn voor het lidmaatschap van enig bestuursorgaan binnen de Partij is onverenigbaar met het lidmaatschap van enige andere politieke partij dan wel van enige politieke partij of groepering, specifiek voor het Vertegenwoordigend lichaam op overeenkomstig niveau vlg art 2 St.
  • De lidmaatschappen van het Europees Parlement, de Eerste en Tweede Kamer, Provinciale Staten, openbare lichamen en gemeenteraden, dan wel een ander direct gekozen vertegenwoordigende functie zijn onderling onverenigbaar. Daarnaast zijn politiek-bestuurlijke functies, zoals wethouder, burgemeester, Commissaris van de Koning, Gedeputeerde, dijkgraaf, leden dagelijks bestuur waterschappen, staatssecretaris of minister onverenigbaar met bevolkingsvertegenwoordigende functies in een andere bestuurslaag.
  • Het lidmaatschap van een Vertegenwoordigend lichaam op een bepaald niveau is onverenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur op dat niveau.
  • Het lidmaatschap van de Verkiezingscommissie op een bepaald niveau is onverenigbaar:
    • Met het Kandidaat zijn voor een Vertegenwoordigend lichaam op dat niveau.
    • Met het lidmaatschap van een lijstadviescommissie op dat niveau. Het Kandidaat zijn schorst het lidmaatschap van de Verkiezingscommissie op tot het moment van vaststelling van de uitslag van de verkiezing.
    • Met het lidmaatschap van het bestuur op dat niveau.
  • Het lidmaatschap van een bestuur is onverenigbaar met het lidmaatschap van een bestuur op enig ander niveau, met uitzondering van het bestuur van een deelafdeling.
  • Het bestuur als geheel kan niet worden aangemerkt als Verkiezingscommissie binnen de eigen bestuurseenheid.
  • Indien een lid van een bestuur zich kandideert voor een Vertegenwoordigend lichaam op hetzelfde niveau, worden zijn werkzaamheden als bestuurslid opgeschort.
  • Het lidmaatschap van de lijstadviescommissie is op overeenkomstig niveau onverenigbaar met de interne kandidatuur voor een Vertegenwoordigend lichaam.
  • Een Lid kan slechts één lidmaatschap bekleden uit de volgende lijst: Geschillencommissie, Financiële commissie, Kascommissie, de Verkiezingscommissie, of besluitvormingscommissie.

Hoofdstuk 3 De ledenvergadering

Artikel 3.1 Samenstelling, taken en bevoegdheden van de ledenvergadering

  • De ledenvergadering op een niveau wordt gevormd door de gewone leden van de Partij op dat niveau.
  • De bevoegdheden van de ledenvergadering met betrekking tot de besluitvorming zijn geregeld in art 15 St. en art 1.2.8.
  • De ledenvergadering heeft op haar niveau ten minste tot taak:
    • Het besluiten over:
      • Het benoemen of ontslaan van (een lid van) het bestuur via een partijstemming.
      • Het definitief vaststellen van haar notulen zonder een partijstemming.
      • Het definitief vaststellen van haar jaarrekening zonder een partijstemming.
      • Het definitief vaststellen van haar begroting zonder een partijstemming.
      • Het wijzigen van reglementen voor zover niet strijdig met de Statuten of het Huishoudelijk Reglement zonder een partijstemming.
    • Het doen van een voorstel een commissie ad hoc in te stellen. De ledenvergadering omschrijft in haar besluit de taak, samenstelling, looptijd en bevoegdheden van deze commissie en kiest de voorzitter en de leden ervan. De commissie bestaat indien mogelijk uit een oneven aantal leden en blijft werkzaam tot verslag aan de partijleden is uitgebracht via de Website, het Partijblad of de ledenvergadering.
    • Het vaststellen van haar verkiezingsprogramma via de volgende procedure:
      • Het concept verkiezingsprogramma wordt door een Partijstemming vastgesteld of verworpen. Er is een mogelijkheid voor de Leden een verwerping te motiveren, te vergelijken met het indienen van Moties en Amendementen. Met onmiddellijke ingang bij de bekendmaking van de uitslag geldt deze als een besluit buitenvergadering van de ledenvergadering.
      • Bij verwerping laat het bestuur binnen twee dagen een analyse uitvoeren van de aangegeven motieven tot verwerping, de twee daaropvolgende dagen daarna laat het bestuur een aangepast verkiezingsprogramma opstellen en legt het aangepaste verkiezingsprogramma met een motivering van de aanpassingen opnieuw aan de Leden voor in een Partijstemming met opnieuw de mogelijkheid een verwerping te motiveren.
      • Bij een tweede verwerping heeft het bestuur de bevoegdheid na een analyse van de motieven het verkiezingsprogramma aan te passen en vast te stellen. Met onmiddellijke ingang bij de bekendmaking van dit verkiezingsprogramma geldt dat de ledenvergadering dit verkiezingsprogramma accepteert als heeft de ledenvergadering daarmee ingestemd en heeft deze instemming de rechtskracht van een besluit door de ledenvergadering. Tegen deze vaststelling is geen beroep mogelijk.
    • Het opleggen aan het bestuur van nader omschreven opdrachten gericht op het verzamelen van informatie ten behoeve van de meningsvorming, waartoe het bestuur zelfstandig voor de uitvoering een commissie kan instellen.
    • Het al dan niet instemmen met de Voordrachten van het Landelijke bestuur aan de landelijke ledenvergadering voor de keuze van de Lijsttrekker bij de Nederlandse en Europese verkiezingen, waarna dat besluit aan de Leden wordt voorgelegd in een Partijstemming.
  • De ledenvergadering stemt er mee dat de Voordrachten voor de verkiezing van haar bestuursleden, haar Besluitvormingscommissie, haar Verkiezingscommissie, haar Programmacommissie, de Financiële commissie of Kascommissie op decentraal niveau rechtstreeks aan de Leden worden voorgelegd in een Partijstemming.

Artikel 3.2 Benoeming leden Geschillencommissie

  1. Er is één landelijke Geschillencommissie, verder Geschillencommissie genoemd.
  2. De geschillencommissie behandelt op de diverse partijniveaus elk aangemeld geschil.
  3. Het Landelijk bestuur doet een Voordracht aan de partijleden voor de keuze van de leden van de Geschillencommissie, waarna deze door een Partijstemming worden gekozen vlg art 1.2.8.
  4. De Geschillencommissies heeft minimaal vijf en maximaal negen leden, waaronder zo mogelijk een jurist, mediator en psycholoog.
  5. De voorzitter van de Geschillencommissie is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie, legt jaarlijks verantwoording af aan de partijleden via de Website voor zover toegestaan binnen de Wet op de Privacy en voert namens de commissie overleg met het bestuur.

Artikel 3.3 Bijeenroepen ledenvergadering door het bestuur

  1. De ledenvergadering wordt ten minste eenmaal per jaar en indien wenselijk vaker per jaar door het bestuur bijeengeroepen.
  2. Elk bestuur kan om haar moverende zwaarwegende redenen en op basis van een gemotiveerd bestuursbesluit de ledenvergadering in speciale zitting bijeenroepen om over één of meer geagendeerde onderwerpen te beraadslagen. De speciale zitting volgt de gebruikelijke vergaderwijze van een ledenvergadering, met uitzondering van de termijnen en vereisten in dit artikel en van de artikelen 3.8 tot en met 3.12.
  3. De besluitvormingstermijnen worden door het bestuur uit 3.3.2 met een voor die ledenvergadering opgesteld reglement geregeld. De agenda van de speciale zitting en het betreffende reglement zijn uiterlijk één week voor de aanvang in het bezit van de leden.
  4. De Leden bijeen in speciale zitting kunnen rechtsgeldige besluiten nemen over de spoedeisende agendaonderwerpen.

Artikel 3.4 Bijeenroepen ledenvergadering op verzoek

  • De landelijke ledenvergadering wordt ter behandeling van een of meer aangegeven onderwerpen op gemotiveerd verzoek en voorzien van voorstellen ter zake binnen drie maanden bijeengeroepen op initiatief van:
    • Een van de Kamerfracties van de Partij dan wel de delegatie van de Partij in het Europees Parlement; of:
    • Ten minste twee regionale ledenvergaderingen; of:
    • Ten minste zevenhonderd Leden en als dat meer is 10% van de stemgerechtigde leden; of:
    • De Financiële commissie, in het geval dat een besluit van het bestuur vlg art 8.8.4 naar het oordeel van de commissie de Partij in financiële problemen kan brengen.
  • Het gemotiveerde verzoek met het voorstel tot bijeenroeping van de landelijke ledenvergadering wordt binnen één week na de indiening in een Partijstemming voorgelegd aan de Leden met een gemotiveerd advies van het Bestuur over het voorstel. In de Partijstemming kan met gewone meerderheid van stemmen worden besloten vlg 1.2.8.:
    • De landelijke ledenvergadering daadwerkelijk bijeen te roepen.
    • Het voorstel voor de bijeenroeping van de landelijke ledenvergadering af te wijzen.
  • Indien is besloten tot het daadwerkelijk bijeenroepen van de landelijke ledenvergadering en aan het verzoek niet binnen vier weken gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf op kosten van de Partij en met de medewerking van het Bureau tot die bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bestuur de ledenvergadering bijeenroept.
  • De decentrale ledenvergadering wordt ter behandeling van een of meer aangegeven onderwerpen binnen drie maanden bijeengeroepen op verzoek van:
    • De betreffende decentrale fractie in het betreffende decentrale vertegenwoordigende Orgaan.
    • Ten minste 20% van haar stemgerechtigde leden.

Artikel 3.5 De Besluitvormingscommissie

  • De Besluitvormingscommissie heeft tot taak:
    • Adviseren van het bestuur omtrent op te nemen agendapunten, voortkomend uit voorafgaande besluiten van de ledenvergadering.
    • Bewaken van de procedures inzake de besluitvorming, zoals tijdige publicatie van ledenvergaderingstukken door het bestuur en bewaken van het gestelde in art 1.2.8.
    • Het toetsen van de technische volledigheid van Moties en Amendementen aan de voorschriften die het Huishoudelijk Reglement ter zake stelt.
    • Vaststellen van (voorlopige) besluiten van de ledenvergadering ten behoeve van het bestuur en deze verwerken in een actiepuntenlijst.
    • Bewaken van de uitvoering van besluiten van de ledenvergadering door het bestuur.
    • Het instrueren van regio’s en afdelingen omtrent besluitvormingsprocedures, zoals zorg dragen dat Amendementen zich richten op essentiële punten van besluitvorming.
    • Het bewaken van de samenhang tussen Statuten en Huishoudelijk Reglement
  • Indien de ledenvergadering een besluit neemt dat naar het oordeel van de Besluitvormingscommissie in strijd is met de Statuten of het Huishoudelijk Reglement, dan schorst de Besluitvormingscommissie dit besluit. Beroep staat uitsluitend open voor indienenden van het voorstel dat heeft geleid tot het geschorst besluit. Indien de beroepstermijn is verstreken en geen beroep is aangetekend, dan is het besluit van de ledenvergadering nietig verklaard.
  • Onverminderd het bepaalde in art 3.17.3 kunnen leden van de Besluitvormingscommissie zelf geen Moties en/of Amendementen op voorstellen indienen.
  • De leden van de Besluitvormingscommissie worden via een Partijstemming gekozen.

Artikel 3.6 Voorbereiding van de ledenvergadering

  • Het bestuur bereidt de besluitvorming op de ledenvergadering voor en is belast met:
    • Het (doen) vervaardigen van concept voorstellen die aan de ledenvergadering worden voorgelegd. Het bestuur stelt deze minimaal twee weken voor de betreffende ledenvergadering beschikbaar aan de Partijorganen en de leden.
    • Het tijdig vaststellen en publiceren van het reglement voor de ledenvergadering, i.h.a. het standaardreglement.
    • De organisatorische maatregelen die noodzakelijk zijn om een verantwoorde besluitvorming op de ledenvergadering te bevorderen, waaronder begrepen de tijdige consultatie van de Besluitvormingscommissie, in het bijzonder voorafgaande aan de vaststelling van het reglement van de ledenvergadering.

Artikel 3.7 Aankondiging en agenda van de ledenvergadering

  1. Het tijdstip van een ledenvergadering, het tijdstip waarop de voorstellen beschikbaar zijn en de termijnen waarbinnen Moties en Amendementen kunnen worden ingediend worden zo mogelijk ten minste zes maanden voor de betreffende ledenvergadering aan de Leden bekend gemaakt.
  2. Indien er tijdens de ledenvergadering een verkiezingsprogramma zal worden vastgesteld, dan maakt de Besluitvormingscommissie zo mogelijk zes maanden van tevoren een tijdpad voor de behandeling hiervan bekend aan de leden.
  3. De concept agenda van de ledenvergadering en het reglement van de ledenvergadering worden uiterlijk vijf weken voor de ledenvergadering bekend gemaakt aan de leden. Deze aankondiging geldt als uitnodiging voor de ledenvergadering.
  4. De Besluitvormingscommissie bepaalt hoeveel tijd er ingeruimd wordt in de concept agenda voor besluitvorming met in achtneming van art 1.2.8. Zij treedt hierover voorafgaand in overleg met het bestuur.

Artikel 3.8 Voorstellen ledenvergadering

  1. De ledenvergaderingvoorstellen worden uiterlijk vijf weken voor de ledenvergadering bekendgemaakt aan de leden.
  2. Het bestuur maakt de data die op grond van dit artikel en art 3.9 en 3.10 voor die ledenvergadering gelden, bekend aan de leden.
  3. Het bestuur heeft het recht naar aanleiding van de discussie op de ledenvergadering voorstellen te formuleren en aan die ledenvergadering ter besluitvorming voor te leggen.
  4. Voorstellen aan een ledenvergaderingen kunnen behalve door het bestuur ook worden ingediend door de leden van een regio, afdeling of geregistreerde deelafdeling, mits ondersteund door ten minste vijftig stemgerechtigde Leden op dat niveau.
  5. Een ledenvergaderingvoorstel als bedoeld in lid 4 dient uiterlijk tien weken voor de ledenvergadering bij het bestuur binnen te zijn. Het bestuur draagt zorg voor agendering, maar kan aan de ledenvergadering voorstellen een dergelijk ledenvergaderingvoorstel niet of op een latere ledenvergadering in behandeling te nemen.

Artikel 3.9 Moties en Amendementen met betrekking tot de ledenvergadering

  • Behoudens het in het Huishoudelijk Reglement bepaalde ten aanzien van de jaarrekening kunnen met betrekking tot alle geagendeerde ledenvergaderingvoorstellen Moties en/of Amendementen worden ingediend.
  • Voor publicatie van verkiezingsprogramma’s voor de Staten-Generaal en het Europees Parlement geldt vlg art 3.10. een afwijkende regeling.
  • Voorstellen om agendapunten te schrappen zijn buiten de orde.
  • Moties en Amendementen bij besluit van een regio, afdeling of geregistreerde deelafdeling moeten digitaal en schriftelijk worden ingediend. Dit besluit dient in ten minste een Partijstemming tot stand te zijn gekomen. Een proces-verbaal van de besluitvorming dient te worden overlegd ondertekend door ten minste 25 leden.
  • Moties en Amendementen ingediend door individuele Leden moeten ondertekend door minimaal vijftig Leden digitaal en schriftelijk worden ingediend.
  • Een Motie of Amendement dient te vermelden: het van toepassing zijnde agendapunt, een titel en de Motie of het Amendement in maximaal 250 woorden.
  • Voor de indiening van Amendementen op verkiezingsprogramma’s voor de Staten-Generaal of het Europees Parlement geldt vlg art 3.10 een afwijkende regeling.
  • Moties en Amendementen met betrekking tot de geagendeerde ledenvergaderingvoorstellen dienen uiterlijk twee weken voor de aanvang van de ledenvergadering bij het Bureau te worden ingediend, tenzij anders in het ledenvergaderingreglement is aangegeven.
  • Algemene organisatorische Moties (over algemene huishoudelijke aangelegenheden van de Partij) en algemene politieke Moties kunnen op de gebruikelijke wijze in de ledenvergadering aan de orde worden gesteld. De betreffende Moties worden tijdens de algemene ledenvergadering bij dit agendapunt behandeld. Moties die bij aanname als gevolg hebben dat een begrotingspost wordt overschreden, dienen vergezeld te gaan van een Amendement op de begroting dan wel een voorstel tot wijziging van de begroting.
  • Moties die naar het oordeel van de Besluitvormingscommissie de strekking van een Amendement hebben, worden als Amendement in behandeling genomen. Zo nodig geeft de Besluitvormingscommissie de indienenden de gelegenheid om hun voorstel te herformuleren binnen een door de Besluitvormingscommissie te stellen termijn.
  • Het bestuur heeft de bevoegdheid aangenomen Amendementen die qua taal en stijl niet passen binnen de tekst van het betreffende politiek ledenvergaderingvoorstel, aan te passen zonder dat de inhoud gewijzigd wordt. Het bestuur heeft voorts de opdracht om de volgens dit reglement niet-amendeerbare tekstdelen van het verkiezingsprogramma aan te passen op basis van de besluitvorming door de ledenvergadering voor de aldus aangepaste tekst. Deze bevoegdheid kan het bestuur mandateren aan de Programmacommissie.
  • Onverminderd het bepaalde in art 3.17.3 heeft het bestuur het recht om naar aanleiding van ingediende Moties en Amendementen wijzigingsvoorstellen ten aanzien van ledenvergaderingvoorstellen, Moties, Amendementen, waaronder begrepen Amendementen op ingediende Moties, in te dienen.
  • De besluitvormingscommissie draagt zorg voor een genummerd overzicht van de Moties en Amendementen, voorzien van een advies door het bestuur.
  • De Besluitvormingscommissie kan besluiten de bespreking van algemene politieke Moties te doen door middel van deelsessies. Deze werkwijze wordt dan vermeld in het ledenvergaderingreglement.
  • De wijze van behandeling van een algemene politieke Motie geschiedt vlg art 3.18. De ledenvergaderingvoorzitters treden op als sessievoorzitters, dan wel zorgen ze voor plaatsvervanging; de besluitvormingscommissie stuurt per sessie een afvaardiging.
  • Na bespreking van de betreffende Motie zal de sessievoorzitter de Motie in stemming brengen. De uitgebrachte stemmen in de sessies worden opgeteld en indien de Motie door meer dan 70% van de aanwezigen in de sessies wordt gesteund of indien de Motie door minder dan 30% van de aanwezigen wordt gesteund, dan wordt in de plenaire vergadering deze Motie zonder verdere behandeling in stemming gebracht. Indien tussen de 30% en 70% van de aanwezige stemgerechtigden de Motie steunt, dan zal de Motie in de plenaire sessie behandeld worden, waarna deze in stemming wordt gebracht.
  • Het bestuur kan beargumenteerd voorstellen om in afwijking van 3.9.16. een Motie in de plenaire sessie alsnog te behandelen.
  • In het ledenvergaderingreglement kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de behandeling in deelsessies.

Artikel 3.10 Amendementen landelijke en Europese verkiezingsprogramma’s

  • Uiterlijk tien weken voorafgaand aan de ledenvergadering worden de landelijke en Europese concept verkiezingsprogramma’s door de Programmacommissie gepubliceerd. Tegelijk hiermee start de periode waarbinnen Amendementen kunnen worden ingediend.
  • De periode om Amendementen in te dienen bedraagt ten minste vier weken.
  • Na sluiting van deze termijn beoordeelt de Besluitvormingscommissie de ontvangen Amendementen vlg art 3.9. De geaccepteerde Amendementen worden vervolgens door de Besluitvormingscommissie in categorieën ingedeeld:
    • Amendementen die alleen tekstueel van aard zijn.
    • Amendementen op punten die zeer bepalend zijn voor de Partij, dan wel de koers van het verkiezingsprogramma ingrijpend wijzigen.
    • Amendementen die inhoudelijk zijn van aard, maar niet op punten die zeer bepalend zijn voor de Partij, dan wel de koers van het verkiezingsprogramma ingrijpend wijzigen.
  • De Besluitvormingscommissie maakt binnen zeven dagen na sluiting van de periode om Amendementen in te dienen aan de indienenden bekend in welke categorie hun Amendementen vallen.
  • Tegen het besluit, zoals bedoeld in art 3.10.3, is alleen op procedurele gronden beroep mogelijk bij de Geschillencommissie. De termijn hiervoor bedraagt 48 uur na bekendmaking van de categorie bij de indienende. De Geschillencommissie doet binnen 48 uur uitspraak. Tegen deze uitspraak is geen beroep mogelijk.
  • De Amendementen die alleen tekstueel van aard zijn worden aan de Programmacommissie aangeboden. De Programmacommissie verwerkt deze Amendementen met inachtneming van art 3.9.10.
  • De Amendementen vlg lid 3.2 en 3.3 worden door het bestuur voorzien van een advies, eventueel met een motivatie van maximaal honderdvijftig woorden. De indienende ontvangt dit advies en kan in maximaal honderdvijftig woorden een reactie geven op het advies. De Besluitvormingscommissie stelt termijnen vast waarbinnen deze toelichtingen dienen te worden ingediend. Daarna worden de Amendementen met het advies en de reactie aan de Leden voorgelegd voor een Partijstemming. Amendementen op punten die zeer bepalend zijn voor de Partij, dan wel de koers van het programma ingrijpend wijzigen, kunnen in een Partijstemming worden aangenomen met een absolute meerderheid van stemmen, zonder een absolute meerderheid van stemmen gelden ze als verworpen. Overige Amendementen kunnen in een Partijstemming met een gewone meerderheid van stemmen worden aangenomen of verworpen.
  • Het bestuur kan beargumenteerd voorstellen om een aangenomen of verworpen Amendement alsnog te behandelen op de eerstvolgende ledenvergadering.
  • Binnen 72 uur na sluiting van de Partijstemming wordt de uitslag in een zitting door de Besluitvormingscommissie vastgesteld. De uitslag wordt binnen 24 uur na de zitting op de Website gepubliceerd.
  • Indienenden kunnen tot maximaal 48 uur na sluiting van de Partijstemming beroep instellen bij de Geschillencommissie, indien er sprake is van procedurele onvolkomenheden die tot een aanmerkelijk andere uitslag zouden kunnen leiden, ter beoordeling van de Geschillencommissie. De Geschillencommissie doet binnen 48 uur uitspraak. Tegen deze uitspraak is geen beroep mogelijk.
  • In het geval van vervroegde verkiezingen is de Besluitvormingscommissie bevoegd om, in overleg met het bestuur, de termijnen zoals bedoeld in lid 1 en 2 te verkorten. Hij besluit hier alleen toe indien door de termijn waarbinnen de vervroegde verkiezing plaatsvindt handhaving van de geldende termijnen tot praktische bezwaren leidt.

Artikel 3.11 Bevoegdheden van de Besluitvormingscommissie bij Moties en Amendementen

  • De Besluitvormingscommissie heeft de plicht om:
    • Amendementen en Moties te weigeren indien ze niet aan de technische voorschriften voldoen, zoals vormgeving, sluitingstermijn of wanneer Amendementen als Moties worden ingediend.
    • Moties te weigeren op advies van het bestuur omdat ze niet voldoen aan de voorwaarde opgenomen in art 3.9.8.
    • De Besluitvormingscommissie kan aan de indienenden een termijn stellen om alsnog aan de voorwaarden te voldoen. Tegen dit besluit is geen beroep mogelijk.
  • Indien een Motie of Amendement door de Besluitvormingscommissie wordt geweigerd, ontvangen de indienenden hiervan binnen twee weken na de in art 3.9.7 vermelde sluitingsdatum schriftelijk bericht.
  • Voorts heeft de Besluitvormingscommissie het recht om:
    • Het bestuur te adviseren Amendementen met dezelfde richting voor een verantwoorde besluitvorming ineen te voegen. Het bestuur besluit over het wel of niet overnemen van het advies. Tegen dit besluit is geen beroep mogelijk.
    • De volgorde aan te geven waarin de Moties en Amendementen op de ledenvergaderingvoorstellen in behandeling en stemming worden genomen, zowel in de (digitale) ledenvergaderingmededelingen als tijdens de ledenvergadering.
    • Amendementen als redactioneel voor te leggen aan de ledenvergadering.
    • Te bepalen welke Moties en Amendementen met betrekking tot verkiezingsprogramma’s tot hoofdpunten van de besluitvorming tijdens de Partijstemming moeten leiden, waarbij de overige Moties en Amendementen aan de Programmacommissie ter beoordeling worden meegegeven.
    • De Leden en/of de ledenvergadering over Moties en Amendementen te adviseren.

Artikel 3.12 Publicatie Moties en Amendementen met betrekking tot de ledenvergadering

  1. De niet geweigerde Moties en Amendementen worden gepubliceerd op de in het tweede lid vervatte wijze. Door of namens het bestuur en, indien van toepassing, door de Financiële commissie of Kascommissie kan bij publicatie van de Amendementen worden aangegeven, waar het zwaartepunt van de discussie ligt. Bij de publicatie van Moties en Amendementen kan het bestuur een aanbeveling vermelden.
  2. Moties en Amendementen met betrekking tot voorstellen voor de Statuten en het Huishoudelijk Reglement, de contributieregeling en regio- en afdelingsbijdrageregelingen, alsmede de gegevens met betrekking tot de kandidaatstelling voor besturen en commissies die door de ledenvergadering worden gekozen, worden uiterlijk drie werkdagen voor de ledenvergadering op de Website gepubliceerd en op (de eerste dag van) de ledenvergadering aldaar beschikbaar gesteld.
  3. Actuele politieke moties, Moties met betrekking tot de jaarrekening en Moties en Amendementen met betrekking tot de begroting van de ledenvergadering, alsmede eventuele aanvullingen op de in de vorige zin bedoelde publicatie zijn op de eerste dag van de ledenvergadering beschikbaar. In geval van voorstellen, die vlg art 3.8.3 op de ledenvergadering worden geformuleerd, geschiedt publicatie op een door het bestuur te bepalen en in het ledenvergaderingsreglement vermeld tijdstip op de ledenvergadering.
  4. De Besluitvormingscommissie besluit over nummering en volgorde van plaatsing van Moties en Amendementen in de (digitale) ledenvergaderingmededelingen. Bij algemene politieke Moties wordt de volgorde bepaald, gehoord het bestuur en waar van toepassing de Tweede Kamerfractie en/of de Eurofractie.
  5. De door de indienenden van Moties en Amendementen aangewezen contactpersonen (minimaal 2) dienen tussen de sluitingsdatum voor indiening en de aanvang van de ledenvergadering telefonisch en per e-mail bereikbaar te zijn voor overleg met de Besluitvormingscommissie en het bestuur.

Artikel 3.13 Actuele politieke moties

  1. Een Motie die betrekking heeft op actuele politieke situaties vlg art 1.1.4.23, kan voor behandeling in een ledenvergadering worden ingediend tot een in het ledenvergaderingsreglement bepaald tijdstip. De onderbouwing voor beide criteria (a. het betreft een zaak, waarbij zich tussen twee dagen voor sluiting van de gewone politieke Moties en de dag van indiening van de actueel politieke Motie, zoals bepaald in het ledenvergaderingsreglement, een belangrijk politiek feit heeft voorgedaan; en b. waarbij de behandeling van de Motie niet kan wachten tot het volgende ledenvergadering) dient door de indienenden te worden vermeld in de overwegingen van de Motie. De Besluitvormingscommissie besluit of aan deze criteria is voldaan. Zo nee, dan bericht zij binnen 24 uur na sluiting van de indieningtermijn de indienenden. Deze hebben 24 uur om tegen dit besluit in beroep te gaan, waarna de Geschillencommissie binnen 48 uur uitspraak dient te doen. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie is geen beroep mogelijk.
  2. Een Actuele politieke motie dient te zijn ondertekend door ten minste vijftig stemgerechtigde leden van de Partij of met absolute meerderheid van stemmen te zijn aangenomen door een ledenvergadering van een afdeling of regio; en moet digitaal en schriftelijk worden ingediend.
  3. De Besluitvormingscommissie verifieert of aan de in lid 1 en 2 genoemde voorwaarden is voldaan en stelt de ledenvergadering in kennis van de correct ingediende Moties.
  4. Over geagendeerde ledenvergaderingvoorstellen kunnen geen Actuele politieke moties worden ingediend.

Artikel 3.14 De ledenvergaderingvoorzitters

  • De ledenvergadering wordt geleid door een oneven aantal voorzitters die door het bestuur zijn aangewezen uit de Leden die niet functioneel betrokken zijn bij de ledenvergadering.
  • Bij de behandeling van een onderwerp waarbij een der voorzitters uit hoofde van enigerlei partijfunctie persoonlijk is betrokken, treedt deze niet op als Fungerend voorzitter zolang deze behandeling duurt.
  • De Fungerend voorzitter van de ledenvergadering heeft het recht spreektijd te verdelen en te beperken.
  • De besluiten van de voorzitters zijn bindend behoudens onmiddellijk beroep op de ledenvergadering, dat daarover dadelijk stemt zonder discussie.
  • Op voorstel van de voorzitters kan de ledenvergadering zich ter voorbereiding van de plenaire discussie in secties splitsen onder leiding van door de voorzitters aangewezen sectievoorzitters en op een wijze als in het ledenvergaderingreglement is geregeld.
  • In de gevallen betreffende de gang van zaken op de ledenvergadering waarin het Huishoudelijk Reglement niet voorziet, besluiten de gezamenlijke voorzitters.

Artikel 3.15 Stemmingen op de ledenvergadering

  1. Een ledenvergadering begint met de aanwijzing van een stemcommissie, bestaande uit drie leden, op Voordracht van de voorzitters. De ledenvergadering wordt verzocht bij acclamatie in te stemmen met hun benoeming. Is dat niet het geval, dan vormen de niet Fungerende voorzitters de stemcommissie.
  2. De stemcommissie registreert de uitgebrachte stemmen, besluit zonder beroep over de geldigheid daarvan, constateert de uitslag van de stemming en legt de uitslag van de stemming vast in een proces-verbaal. De Fungerend voorzitter kan besluiten tot herstemming over te gaan ook indien de stemcommissie daartoe niet heeft besloten.
  3. Met inachtneming van het gestelde in art 6.1 en de artikelen voor de verkiezing van personen elders in het Huishoudelijk Reglement geschiedt stemming over personen schriftelijk op een wijze vastgesteld door de Verkiezingscommissie.
  4. Over zaken wordt gestemd op een door de Ledenvergaderingleiding te bepalen wijze onder inachtneming art 1.2.8. tenzij elders in dit reglement anders is bepaald.
  5. Indien geen der aanwezige Leden een stemming wenst, kan de ledenvergadering bij acclamatie een besluit nemen.

Artikel 3.16 De notulen van de ledenvergadering

  1. De ledenvergadering stelt de notulen van de voorgaande ledenvergadering vast.
  2. Een geluidsopname van de ledenvergadering is een week na de ledenvergadering beschikbaar en kan tegen kostprijs worden opgevraagd en nageluisterd.
  3. Het bestuur publiceert zo spoedig mogelijk na de ledenvergadering korte samenvattingen van de behandelde agendapunten op de Website.
  4. De Besluitvormingscommissie publiceert zo spoedig mogelijk na de ledenvergadering op de Website een overzicht van de aangenomen en verworpen voorstellen, Moties en Amendementen op die ledenvergadering.
  5. Postleden kunnen op verzoek de info uit lid 3 en 4 tegen kostprijs toegestuurd krijgen.

Artikel 3.17 De te behandelen teksten

  1. De ledenvergadering behandelt in de eerste plaats de geagendeerde ledenvergaderingvoorstellen en de daarop ingediende Moties en Amendementen die door de Besluitvormingscommissie zijn goedgekeurd.
  2. Wanneer indienenden van Moties en/of Amendementen in overleg met het bestuur wijzigingen willen aanbrengen in hun voorstellen, dienen zij de Besluitvormingscommissie en de Ledenvergaderingleiding hiervan direct in kennis te stellen. Dit is mogelijk tot vijf werkdagen voor de ledenvergadering.
  3. De Besluitvormingscommissie heeft het recht om voor een heldere besluitvorming tijdens de ledenvergadering Moties en Amendementen in te dienen.
  4. Het bestuur heeft het recht om naar aanleiding van een discussie tijdens de ledenvergadering Moties en Amendementen in te dienen.
  5. De ledenvergadering besluit op gemotiveerd voorstel van de Besluitvormingscommissie over het al dan niet in behandeling nemen van tijdens de ledenvergadering ingediende Moties of Amendementen.

Artikel 3.18 De wijze van behandeling

  • De behandeling van Moties en Amendementen geschiedt als volgt:
    • De door de indienenden aangewezen woordvoerder geeft desgewenst een beknopte toelichting.
    • Door of namens het bestuur wordt desgewenst een advies over het voorstel gedaan.
    • De Ledenvergaderingleiding verleent gedurende een door haar te bepalen tijd het woord aan anderen dan de indienenden of het bestuur, mits die anderen zich vóór een door de Ledenvergaderingleiding te bepalen tijdstip als spreker hebben aangemeld. De Ledenvergaderingleiding kan hiervoor sprekerslijsten hanteren.
    • De Ledenvergaderingleiding geeft desgewenst of indien noodzakelijk of bij ontrading van een voorstel, Amendement of Motie door het bestuur, de woordvoerder van de indienenden de gelegenheid tot een reactie op hetgeen over het voorstel naar voren is gebracht.
    • Indien naar het oordeel van de Ledenvergaderingleiding noodzakelijk krijgt ook het bestuur de gelegenheid tot een reactie.
  • De stemcommissie brengt per voorstel de Amendementen in stemming in volgorde van hun ingrijpendheid zoals door de Besluitvormingscommissie in de ledenvergaderingmededelingen is aangegeven en daarna het al dan niet geamendeerde voorstel. Indien het voorstel bestaat uit beslispunten, al dan niet opgedeeld in sub-beslispunten, dan worden al deze (sub-)beslispunten ieder afzonderlijk in stemming gebracht.
  • De stemcommissie brengt op verzoek van de Ledenvergaderingleiding de Moties met betrekking tot een bepaald agendapunt in de door de Besluitvormingscommissie in de ledenvergaderingmededelingen vermelde volgorde in stemming, echter niet eerder dan dat alle Moties bij het betreffende agendapunt zijn toegelicht vlg 3.18.1.
  • Over het in behandeling nemen van de Actuele politieke moties besluit de ledenvergadering aan het begin van het agendapunt op voorstel van de Besluitvormingscommissie, geadviseerd door de Programmacommissie vlg art 7.4.2. zonder toelichting of debat.
  • Het bestuur kan aan maximaal twee Actuele politieke moties de hoogste prioriteit toekennen en als eerste Actuele politieke moties behandelen.
  • Actuele politieke moties worden voor het overige behandeld in de door de Besluitvormingscommissie vastgestelde volgorde. De Ledenvergaderingleiding bepaalt de spreektijd per Actuele politieke motie, zodanig dat binnen de geagendeerde tijd voor het agendapunt alle Actuele politieke moties aan de orde kunnen komen.

Artikel 3.19 Voorstellen van orde

  • Voorstellen van orde kunnen tijdens de ledenvergadering uitsluitend worden ingediend omtrent:
    • Verdeling van de spreektijd.
    • De wijze van behandeling van en besluitvorming over agendapunten en daarbinnen de subagendapunten, alsmede over beslispunten en daarbinnen de sub-beslispunten.
    • Vaststelling of een (sub-)agendapunt dan wel een (sub-)beslispunt voldoende is behandeld en besluitvorming kan plaatsvinden.
  • Ieder Lid kan voorts op een van de volgende gronden een ordevoorstel indienen om een Actuele politieke motie niet in behandeling te nemen:
    • Naar de mening van het Lid betreft de Actuele politieke motie geen actuele zaak, dat wil zeggen het betreft geen zaak die op de volgende ledenvergadering naar verwachting achterhaald zou zijn.
    • Naar de mening van het Lid betreft de Actuele politieke motie een zaak waarover voorstudie is gewenst, alvorens tot besluitvorming in een ledenvergadering te komen.
  • De ledenvergadering besluit over ordevoorstellen zonder voorafgaande discussie.
  • Indien de ledenvergadering de behandeling van enig deel van een agendapunt naar een later tijdstip binnen het aan de orde zijnde agendapunt verschuift, worden de hierop betrekking hebbende Moties en/of Amendementen automatisch aangehouden tot de feitelijke behandeling.
  • Indien het onderhavige agendapunt inmiddels gewijzigd is, bepaalt bij de behandeling daarvan de indienende van de Motie of het Amendement of deze nog onderwerp van de beraadslaging dient uit te maken.
  • In alle overige gevallen betreffende de gang van zaken tijdens de ledenvergadering en waarin de Statuten en het Huishoudelijk Reglement niet voorzien, besluit de Ledenvergaderingleiding.

Hoofdstuk 4 Het bestuur

Artikel 4.1 Samenstelling van het bestuur

  • Het aantal bestuursleden van het Landelijk bestuur kan naar aanleiding van actuele ontwikkelingen door het Landelijk bestuur worden bepaald en bestaat uit ten minste drie en ten hoogste tien leden, onder wie in elk geval een voorzitter en een penningmeester.
  • De penningmeester van de in art 4.3.2 door het bestuur ingestelde rechtspersoon is tevens (één van de) penningmeester(s) van het bestuur en wordt in die gezamenlijke hoedanigheid door de ledenvergadering gekozen.
  • Het bestuur regelt de onderlinge taakverdeling van de bestuursleden en stelt de functieaanduiding van zijn leden vast. De besturen dragen zorg voor het onderhouden van een goede communicatie tussen de besturen onderling.
  • De voorzitter van een bestuur op een bepaald niveau wordt middels een Partijstemming onder alle stemgerechtigde Leden van dat niveau in functie gekozen.
    • Om te zorgen dat een lid van het bestuur voldoende draagvlak heeft voor zijn kandidaatstelling, dient de Kandidaat Ondersteuningsverklaringen te overleggen:
      • De Ondersteuningsverklaringen bestaan uit de naam, het adres en de (digitale) handtekening van het stemgerechtigde Lid en ze dienen in één document bij de kandidaatstelling gevoegd te worden.
      • De kandidaat-voorzitter voor het Landelijk bestuur legt Ondersteuningsverklaringen voor van ten minste honderd stemgerechtigde leden.
      • Voor de overige leden van het Landelijk bestuur wordt het aantal op vijftig gesteld.
      • De kandidaat-voorzitter voor een regiobestuur of afdelingsbestuur legt Ondersteuningsverklaringen voor van ten minste vijfentwintig stemgerechtigde leden
      • Voor de overige leden van een regiobestuur of afdelingsbestuur bestuur wordt het aantal op vijftien gesteld.
    • De voorzitter, penningmeester(s) en bestuursleden worden gekozen vlg art 3.1.3.2. Bij de vervulling van een vacature van een lid van het bestuur geldt dezelfde procedure.
    • Bij een vervroegde Tweede Kamerverkiezing en de beëindiging van een termijn van een bestuurslid kan het bestuur de lidmaatschapstermijn van dit bestuurslid verlengen tot de volgende ledenvergadering. De vacature dient op de volgende ledenvergadering te worden opengesteld.
    • Bij tussentijdse vacatures of langdurig ziekteverzuim in het bestuur kan het bestuur, al dan niet uit zijn midden, een functiewaarnemer aanwijzen voor de periode tot de eerstvolgende ledenvergadering waarop een nieuw bestuurslid kan worden gekozen of tot wanneer het bestuurslid weer hersteld is.
    • Het bestuur kan met absolute meerderheid van stemmen besluiten een taak of meerdere taken over te dragen aan een commissie, een Lid of een groep leden.
    • Voor de ondersteuning van zijn taken beschikt het bestuur over een uitvoeringsorganisatie: het Bureau. De directeur van het Bureau woont ambtshalve de vergaderingen van het bestuur bij, tenzij het bestuur anders besluit. Het Bureau voorziet in het secretariaat van het bestuur.

Artikel 4.2 Taken van het bestuur

  • Het bestuur is verantwoordelijk voor het voorbereiden en voorleggen van voorstellen aan de leden(vergadering) inzake:
    • De organisatie en de reglementen.
    • Het partijprogramma.
    • De financiën, waaronder begroting en jaarrekening.
  • Het bestuur is er primair om:
    • De organisatie van de Partij goed te laten functioneren.
    • Initiatieven te nemen en randvoorwaarden te creëren om tot een goed politiek debat te komen.
    • De Partij te vertegenwoordigen bij de fracties in de Vertegenwoordigende lichamen en de vinger aan de pols te houden in de uitvoering van het verkiezingsprogramma en andere politieke keuzen.
    • Het bevorderen dat er zich voldoende en goed gekwalificeerde Kandidaten voor vacatures binnen en namens de Partij aanmelden.
  • Het bestuur heeft voorts tot taak:
    • Het (geregeld en tijdig) bijeenroepen van de ledenvergadering vanwege organisatorische en politieke aangelegenheden.
    • Het organiseren van politieke evenementen van algemene strekking, zoals spreekbeurten en verkiezingsbijeenkomsten.
    • Het verzorgen van de communicatie met de Leden enerzijds en andere Partijorganen anderzijds.
    • Het zorg dragen in het geval van deelname aan verkiezingen voor het voeren van een verkiezingscampagne en het daarbij betrekken van de fractie en Kandidaten.
  • Het bestuur dient verantwoording af te leggen aan de ledenvergadering. Met het oog daarop brengt het bestuur jaarlijks gemotiveerd verslag uit van zijn werkzaamheden en geeft regelmatig informatie daarover op de Website met de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Op de ledenvergadering is er een vast agendapunt ‘Vragenronde bestuur’.
  • Het bestuur inventariseert met partijenquêtes op zijn partijniveau de dynamische meningsvorming en ter zake doet hij programma- of beleidsvoorstellen op zijn niveau die hij in een Partijstemming op zijn niveau aan de Leden voorlegt. Indien een programma- of beleidsvoorstel wordt gesteund door 65% van de stemgerechtigde Leden van dat niveau is het bestuur verplicht daar binnen een jaar na de uitslag van de stemming invulling aan te geven. Regio overstijgende programma- of beleidsvoorstellen worden toegezonden aan de Programmacommissie van het Landelijk bestuur.
  • Het bestuur voert indien nodig een bevolkingsenquête uit. De betreffende resultaten doet hij toekomen aan de partijleden.

Artikel 4.3 Bevoegdheden van het bestuur

  • Voor zover door Statuten, Huishoudelijk Reglement en de ledenvergadering niet beperkt, heeft een bestuur op zijn niveau alle bevoegdheden betreffende:
    • Organisatie en coördinatie van activiteiten.
    • Het nemen van beleidsbesluiten en het kenbaar maken van eigen meningen en conclusies als de opvatting van het bestuur.
    • Het instellen van bestuurscommissies of projectgroepen met een vaste of een tijdelijke taakstelling, mede ter ondersteuning van de beleidsvoorbereiding. In elk geval stelt het bestuur de Programmacommissie in en de Financiële commissie of Kascommissie.
    • Het vertegenwoordigen van de Partij binnen verenigingen waarbij de Partij is aangesloten of waarnemer is, waaronder begrepen internationale verenigingen van politieke partijen en Europese politieke partijen.
    • Het, zo nodig na advisering door de Programmacommissie en/of een adviescommissie, indienen van Moties en Amendementen namens de Partij in internationale verenigingen van politieke partijen en Europese politieke partijen waarbij de Partij is aangesloten.
    • Het (doen) uitgeven van het Partijblad, indien de financiële situatie dat toelaat volgens de penningmeester en Financiële commissie, al dan niet in samenwerking met anderen, waaronder inbegrepen het maken van afspraken omtrent bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
    • Het doen ontwikkelen van de Website, al dan niet in samenwerking met anderen, waaronder inbegrepen het maken van afspraken omtrent bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het instellen van een websitecommissie voor actueel noodzakelijke aanpassingen aan en het onderhoud van de Website.
  • Het Landelijk bestuur kan uitvoering van (delen van) wetenschappelijk onderzoek (met name op politiek gebied) ten behoeve van de Partij en/of uitvoering van delen van het (inter)nationale beleid en overige delen van het beleid van de Partij opdragen aan een daartoe door de Partij ingestelde rechtspersoon. De Statuten en reglementen van een dergelijke rechtspersoon behoeven de goedkeuring van de ledenvergadering.
  • Het Landelijk bestuur kan uitvoering van (delen van) wetenschappelijk onderzoek (met name op politiek gebied) ten behoeve van de Partij en/of uitvoering van delen van het (inter)nationale beleid en overige delen van het beleid van de Partij opdragen aan een onafhankelijke externe rechtspersoon. De Statuten van deze rechtspersonen behoeven de goedkeuring van het bestuur.

Artikel 4.4 Ondersteuning Partijorganen

  • Het Landelijk bestuur wordt ondersteund door het Bureau.
  • Het Bureau voorziet in het (part time) secretariaat van:
    • De Programmacommissie.
    • De Financiële commissie.
    • De Geschillencommissie.
    • De besluitvormingscommissie.
    • De redactieraad van de Website.
    • Indien ingesteld: de redactieraad van het Partijblad.
    • Indien ingesteld: het bestuur van het Bestuurdersgenootschap.
    • De door de landelijke ledenvergadering verder benoemde permanente Partijorganen door aan deze Partijorganen een van de medewerkers van het Bureau als (part time) Ambtelijk secretaris beschikbaar te stellen.
  • De in het eerste lid genoemde Partijorganen hebben hun zetel ten kantore van het Bureau, tenzij het Landelijk bestuur anders besluit.
  • Met inachtneming van het bepaalde inzake de kosten van enig geschil komen de kosten van de in het eerste lid genoemde Partijorganen voor rekening van het bestuur, onder het uitdrukkelijke voorbehoud van goedkeuring vooraf door de penningmeester.
  • Van de vergaderingen van de in het tweede lid genoemde Partijorganen worden door het (ambtelijk) secretariaat verslagen gemaakt, die aan de leden van deze Partijorganen, alsmede aan hun contactpersoon in het bestuur worden toegezonden.
  • Het Decentrale bestuur probeert met vrijwilligers te voorzien in het secretariaat van:
    • Haar Programmacommissie.
    • Haar Kascommissie.
    • De door haar ledenvergadering benoemde permanente Partijorganen.
    • Indien financieel mogelijk naar het oordeel van haar penningmeester en Kascommissie kan een parttime Ambtelijk secretaris worden benoemd.

Artikel 4.5 Dispensatiebevoegdheid Landelijk bestuur

  1. Indien er zich een situatie voordoet die niet in de Statuten of het Huishoudelijk Reglement is geregeld, kan het Landelijk bestuur dispensatie verlenen, tenzij in het Huishoudelijk Reglement anders is bepaald.
  2. Bij afhandeling van dispensatieverzoeken op afdelingsniveau kan het Landelijk bestuur advies vragen aan het regiobestuur en andere Partijorganen horen, alvorens tot een besluit te komen.
  3. Ten aanzien van de verplichte lidmaatschapstermijn voorafgaand aan de kandidaatstelling kan het Landelijk bestuur op verzoek van de betrokken Kandidaat dispensatie verlenen. In het geval van een verzoek daartoe en indien er overigens geen andere redenen zijn om een Kandidaat te weigeren, gaat de Verkiezingscommissie over tot een voorwaardelijke acceptatie van de kandidatuur.
  4. Het schriftelijke en gemotiveerde verzoek tot dispensatie bij lid 3 dient binnen te zijn uiterlijk tien werkdagen voor sluiting van de kandidaatstelling.
  5. Bij een dispensatieverzoek voor een functie op landelijk niveau kan het Landelijk bestuur andere Partijorganen horen, voordat zij een besluit neemt.
  6. Het Landelijk bestuur maakt binnen tien werkdagen na het dispensatieverzoek zijn besluit bekend aan de kandidaat, het betrokken bestuur en de betrokken Verkiezingscommissie. Indien het verzoek wordt afgewezen door het Landelijk bestuur, is dit grond voor de betrokken Verkiezingscommissie om de kandidaatstelling alsnog af te wijzen.
  7. De beroepstermijn bedraagt drie werkdagen na bekendmaking. De Geschillencommissie doet binnen zeven werkdagen na ontvangst van het beroepschrift uitspraak. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie is geen beroep mogelijk. Bij een gegrondverklaring van het beroep is de tweede volzin van lid 6 niet langer van toepassing.

Hoofdstuk 5Afdelingen, Deelafdelingen en Regio’s

Artikel 5.1 De Afdeling

  • Per gemeente kan één afdeling bestaan. Een afdeling kan het grondgebied van meer dan één gemeente omvatten. De grenzen van een afdeling dienen samen te vallen met de grenzen van één of meer gemeenten. De Leden geregistreerd in een gemeente die tot het werkgebied van een afdeling behoort, zijn lid van die afdeling.
  • Een nieuwe afdeling kan worden opgericht door een besluit van ten minste dertig in het werkgebied van de op te richten afdeling geregistreerde stemgerechtigde Leden in vergadering bijeen. Het bestaan van een nieuwe afdeling wordt vastgesteld door het regiobestuur naar aanleiding van een verzoek, ondertekend door ten minste dertig in de bewuste afdeling geregistreerde stemgerechtigde Leden die samen de meerderheid vormen van het aantal Leden dat binnen de grenzen van de bewuste afdeling is geregistreerd. Het bestuur toetst in dit verband slechts of het verzoek voldoet aan bovenstaande vereisten.
  • Twee of meer afdelingen kunnen fuseren door besluiten van haar afdelingsledenvergaderingen. Hiervan wordt door de betrokken besturen melding gedaan aan het regiobestuur en het Landelijk bestuur.
  • In het geval van gemeentelijke herindeling past het regiobestuur de grenzen van de afdeling aan de herindeling aan en voegt zo nodig afdelingen samen. Het regiobestuur doet hiervan mededeling aan de betrokken besturen en het Landelijk bestuur.
  • Een afdelingen met minder dan dertig Leden kan, nadat hiertoe een besluit is genomen door haar ledenvergadering, in overleg met de regio worden samengevoegd met naburige afdelingen. Het regiobestuur stelt het Landelijk bestuur van dit besluit op de hoogte.
  • Na toepassing van lid 3, 4 of 5 draagt het regiobestuur zorg voor het uitschrijven van een ledenvergadering(en) in de betreffende afdeling voor het kiezen van het afdelingsbestuur en commissies van de afdelingsledenvergadering.
  • Alle Leden woonachtig buiten Nederland vormen de regio Buitenland. De regio Buitenland kent afdelingen die een duidelijk territoriaal afgebakend gebied omvatten.
  • Het afdelingsbestuur is verantwoordelijk voor het voorleggen van ontwerpteksten voor haar verkiezingsprogramma aan haar leden. Deze ontwerpteksten worden volgens de procedure in art 3.1.3.3. vastgesteld of verworpen.
  • Iedere afdelingsledenvergadering kan in aanvulling op het Huishoudelijk Reglement een afdelingsreglement opstellen, dat niet in strijd mag zijn met de Statuten en/of het Huishoudelijk Reglement en dat in ieder geval bepalingen bevat inzake:
    • De bevoegdheden van het afdelingsbestuur.
    • De wijze van samenstelling van de Kascommissie.
    • De wijze van samenstelling van de Verkiezingscommissie.
    • De vaststelling van de kandidatenlijsten voor Vertegenwoordigende lichamen.
    • Het afdelingsreglement.
  • De ledenvergadering stelt minimaal eens per vier jaar, of zoveel vaker als nodig, haar afdelingsreglement vast, bij voorkeur voorafgaand aan het eventuele besluit tot deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen.
  • Indien de afdelingsledenvergadering het afdelingsreglement niet opnieuw vaststelt binnen vier jaar nadat het afdelingsreglement is vastgesteld, komt het afdelingsreglement te vervallen en is het door het Landelijk bestuur vastgestelde standaard afdelingsreglement van toepassing.
  • Het afdelingsbestuur plaatst het vastgestelde afdelingsreglement op de Website en draagt er zorg voor dat het beschikbaar wordt gesteld aan de leden. Het afdelingsbestuur stuurt het vastgestelde reglement binnen vijftien werkdagen na vaststelling toe aan het Bureau. Het Landelijk bestuur is bevoegd het afdelingsreglement te vernietigen indien dit reglement in strijd is met de letter of strekking van de Statuten en/of het Huishoudelijk Reglement. Tegen dit besluit is geen beroep mogelijk.
  • Indien een programmapunt van een door een afdeling vastgesteld verkiezingsprogramma naar het oordeel van de landelijke of regionale Programmacommissie in strijd is met de hoofdlijnen van het geldend landelijk of regionale verkiezingsprogramma, dan is het afdelingsverkiezingsprogramma ongeldig. De betreffende Programmacommissie krijgt de gelegenheid het afdelingsverkiezingsprogramma te herschrijven, zo niet dan geldt het betreffende landelijke (of regionale) programma.
  • Bij een afdeling bestaande uit twee of meer gemeentes hebben bij de verkiezing voor de kandidatenlijst en het vaststellen van het verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen alleen de Leden woonachtig in die gemeente stemrecht.
  • Een bestuur bestaat bij voorkeur uit een oneven aantal personen en bestaat ten minste uit een voorzitter, secretaris en penningmeester.
  • De voorzitter, secretaris en penningmeester worden verkozen met een Partijstemming. Het bestuur verdeelt onderling minimaal de volgende verantwoordelijkheidsgebieden:
    • Interne communicatie, inclusief ten behoeve van de Website en indien daarmee is gestart ten behoeve van het Partijblad.
    • Externe betrekkingen.
    • Politieke afstemming en verkiezingsprogramma.
    • Talentontwikkeling en opleiding.

Artikel 5.2 De Deelafdeling

  1. Ieder afdelingsbestuur is bevoegd een indeling in deelafdelingen vast te stellen, die haar afdelingsgebied dekt.
  2. Ieder afdelingsbestuur kan in samenspraak met een aanpalend afdelingsbestuur besluiten een regio overschrijdende deelafdeling op te nemen na instemming door het regiobestuur.
  3. Een afdeling kan binnen haar gemeente(s) deelafdelingen oprichten. Een deelafdeling omvat de partijleden in een door de afdeling vastgesteld grondgebied binnen haar gemeente(s). De leden geregistreerd in een bestuursorgaan van de deelafdeling, dienen lid van die deelafdeling te zijn.
  4. Het afdelingsreglement regelt de taken en bevoegdheden van de deelafdelingen.

Artikel 5.3 De Regio

  • Een provincie bestaat uit minstens één regio. Een regio kan het grondgebied van meer dan één provincie omvatten. De Leden die geregistreerd zijn in een provincie die tot het werkgebied van een regio behoort, zijn lid van die regio. De regio waartoe de meeste Leden in een provincie behoren voert de procedures uit die noodzakelijk zijn om mee te doen aan verkiezingen voor Provinciale Staten.
  • Ieder regiobestuur is bevoegd een indeling in afdelingen vast te stellen, die haar regio dekt. Ieder regiobestuur kan in samenspraak met een aanpalend regiobestuur besluiten een regio overschrijdende afdeling op te nemen.
  • Het regiobestuur is verantwoordelijk voor het voorleggen van ontwerpteksten van het provinciaal verkiezingsprogramma aan de Leden volgens de procedure in 3.1.3.3.
  • Iedere regionale ledenvergadering kan in aanvulling op dit reglement een regioreglement opstellen dat in ieder geval bepalingen bevat inzake de bevoegdheden van het regiobestuur, alsmede de vaststelling van de kandidatenlijsten voor Vertegenwoordigende lichamen. Het regioreglement mag niet in strijd zijn met de Statuten en/of het Huishoudelijk Reglement.
  • De ledenvergadering stelt minimaal eens per vier jaar, of zoveel vaker als nodig, haar regioreglement vast, bij voorkeur voorafgaand aan het besluit tot deelname aan de verkiezingen voor de provinciale staten.
  • Indien de ledenvergadering het regioreglement niet opnieuw vaststelt binnen vier jaar nadat het regioreglement is vastgesteld, komt het regioreglement te vervallen en is het door het Landelijk bestuur vastgestelde standaard regioreglement van toepassing.
  • Het regiobestuur draagt er zorg voor dat het vastgestelde regioreglement beschikbaar wordt gesteld via de Website. Het regiobestuur stuurt het vastgestelde regioreglement binnen veertien dagen na vaststelling toe aan het Bureau. Het Landelijk bestuur is bevoegd het regioreglement te vernietigen indien dit reglement in strijd is met de letter of strekking van de Statuten en/of het Huishoudelijk Reglement.
  • Indien een door de regionale Leden vastgesteld verkiezingsprogramma in strijd is met de hoofdlijnen van het geldend landelijk verkiezingsprogramma, dan geldt het landelijk verkiezingsprogramma.
  • Het bestuur bestaat bij voorkeur uit een oneven aantal en bestaat ten minste uit een voorzitter, secretaris en penningmeester.
  • De voorzitter, secretaris en penningmeester worden verkozen met een Partijstemming.
  • Het bestuur verdeelt onderling minimaal de volgende verantwoordelijkheidsgebieden:
    • Communicatie en campagne.
    • Politieke afstemming en verkiezingsprogramma.
    • Talentontwikkeling en opleiding.

Artikel 5.4 Taken en bevoegdheden van Partijorganen op decentraal niveau

  • In geval van het ontstaan van een onwerkbare bestuurlijke situatie op regionaal of afdelingsniveau, is het Landelijk bestuur bevoegd op desbetreffend niveau:
    • Een ledenvergadering bijeen te roepen. De agenda van die ledenvergadering bevat uitsluitend voorstellen van het bestuur om een werkbare situatie te bewerkstelligen. Indien de betreffende ledenvergadering niet leidt tot een werkbare situatie, heeft het Landelijk bestuur het recht dwingend een maatregel op te leggen. De beroepstermijn tegen deze maatregel bedraagt 48 uur na bekendmaking van de maatregel. Het beroep kan slechts worden ingesteld op de grond dat de maatregel van het bestuur kennelijk onredelijk is.
    • Dadelijk dwingend een maatregel op te leggen, indien door tijdsdruk of bij een voor de Partij schadelijke situatie geen ledenvergadering meer bijeen geroepen kan worden. De betrokken Leden worden daarvan direct in kennis gesteld. De beroepstermijn tegen deze maatregel bedraagt 48 uur na bekendmaking van de maatregel. Het beroep kan slechts worden ingesteld op de grond dat de maatregel van het bestuur kennelijk onredelijk is.
    • De dwingende maatregel kan het onvrijwillig ontslag inhouden van een lid van een bestuur op een bepaald niveau.
  • In geval van een onwerkbare situatie op afdelingsniveau kan het bestuur de maatregelen als bedoeld in lid 1 mandateren aan het regiobestuur.
  • Het Landelijk bestuur vraagt in geval van aangelegenheden op afdelingsniveau het regiobestuur om advies.
  • De Kascommissie als bedoeld in art 8.9 heeft tot taak te besluiten omtrent Décharge van een regio- of afdelingspenningmeester, indien de betrokken ledenvergadering nalaat Décharge te verlenen.
  • De Geschillencommissie beslecht in overeenstemming met Hfdst 10 geschillen tussen Leden en Partijorganen op alle niveaus, met uitzondering van de ledenvergadering.
  • De landelijke Verkiezingscommissie heeft onder de voorwaarden genoemd in art 6.4 bevoegdheden op alle niveaus inzake besluiten tot herstemming, alsook voor alle niveaus aanwijzingen te geven met betrekking tot de verkiezingen.
  • De landelijke Verkiezingscommissie heeft in overleg met het betreffende bestuur onder de voorwaarden genoemd in art 6.4.8, 6.4.9 en 6.4.10 de bevoegdheid tot het schrappen van een lid van de kandidatenlijst.
  • De Besluitvormingscommissie heeft ingevolge art 3.5.4 bovendien tot taak het instrueren van regio’s en afdelingen inzake besluitvormingsprocedures.

Hoofdstuk 6 Kandidaatstellingen en Verkiezingen

Artikel 6.1 Kandidaatstelling voor Vertegenwoordigende lichamen

  • Het actief Kiesrecht namens de Partij bij deelname aan verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen staat slechts open voor Leden die volgens de Kieswet het passief Kiesrecht hebben voor de desbetreffende verkiezingen.
  • Onverminderd het bepaalde in 6.1.1 kan ieder gewoon Lid zich kandidaat stellen voor een plaats op een kandidatenlijst voor de verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen, indien het Lid aan het in de Statuten en het Huishoudelijk Reglement gestelde voldoet, door zich aan te melden door middel van een kandidaatstellingsformulier. De Verkiezingscommissie stelt daartoe een model vast. Het Partijorgaan dat het ingediende formulier ontvangt bevestigt de ontvangst per omgaande. Het door de Verkiezingscommissie bijgehouden register van aanmeldingen en de gegevens van de Kandidaat staan vanaf binnenkomst ter inzage van het betreffende bestuur.
  • Voor kandidaatstelling voor een verkiezing in enig Vertegenwoordigend lichaam dient een Kandidaat gedurende één jaar voor de sluiting van de interne kandidaatstelling lid van de Partij te zijn en uiterlijk bij sluiting van de kandidaatstelling aan zijn contributieverplichting hebben voldaan.
  • Voorts dient de Kandidaat bij de aanmelding:
    • Te voldoen aan de voorwaarden genoemd in art 20 St, het Huishoudelijk Reglement en de van toepassing zijnde reglementen.
    • Te verklaren geen lid te zijn van een andere politieke partij.
    • Een aantal persoonlijke gegevens te overleggen (naam, geboortedatum en -plaats, adres, woonplaats, telefoonnummer, e-mailadres, eventuele websitelink, beroep, maatschappelijke functies en een curriculum vitae met opleidingen en voorgaande werkervaringen).
    • Indien van toepassing gegevens over een huidige en vorige partijfuncties te verstrekken. De Verkiezingscommissie stelt de wijze vast, waarop de toelichting daarbij kan worden gegeven. Deze toelichting mag geen verklaringen bevatten die strijdig zijn met de overige bij de kandidaatstelling gevraagde verklaringen en hierin mogen geen namen van andere Leden of van Partijorganen als referentie worden vermeld.
    • Indien van toepassing bij te voegen een ontslagbrief uit de huidige partijfunctie per datum van benoeming in de nieuwe partijfunctie in geval van onverenigbaarheid. Is dat nog niet gebeurd dan wordt deze ontslagbrief verzonden door de Verkiezingscommissie op de dag dat de benoeming is geschied.
    • Te verklaren of de Kandidaat Lid is dan wel op de kandidatenlijst staat van Vertegenwoordigende lichamen, en zo ja, van welke en op welke plaats(en).
    • Te verklaren bereid te zijn om bij verkiezing of opvolging het lidmaatschap te aanvaarden en de volle zittingstermijn te vervullen.
    • Te verklaren bereid te zijn om na verkiezing de vertegenwoordigende taak naar behoren te vervullen, desgevraagd verantwoording af te leggen tegenover de leden, afstand te doen van alle door of op grond van de Statuten en het Huishoudelijk Reglement als onverenigbaar aangemerkte functies en de verplichting op zich te nemen de zetel ter beschikking te stellen wanneer het lidmaatschap van de Partij eindigt.
    • Een opgave te verstrekken van een of meer beleidsonderdelen waarmee de Kandidaat zich na verkiezing in het bijzonder wil belasten.
    • Mee te sturen:
      • Een kopie van een geldig legitimatiebewijs.
      • Een Verklaring omtrent Gedrag vlg art 21.3.a. St.
      • Een verklaring, zoals opgenomen in het kandidaatstellingsformulier, waaruit blijkt dat de Kandidaat niet verantwoordelijk of betrokken is geweest bij handelingen, uitingen of voorvallen, waaruit een extremistische of racistische gezindheid blijkt of zich discriminerend of opruiend heeft gedragen vlg art 2 St.
      • Een verklaring, zoals opgenomen in het kandidaatstellingsformulier, bereid te zijn toepassing te geven aan een bij of krachtens het Huishoudelijk Reglement voorziene voorkeurstemregeling vlg art 21.3.b. St.
      • Een verklaring, zoals opgenomen in het kandidaatstellingsformulier, bereid te zijn toepassing te geven aan een mogelijk van toepassing zijnde afdrachtregeling vlg art 21.3.c. St.
      • Een verklaring, zoals opgenomen in het kandidaatstellingsformulier, bereid te zijn in Vertegenwoordigende lichamen het verdeeld stemmen te accepteren, zoals in art 21.3.d. St is aangegeven.
      • Een verklaring, zoals opgenomen in het kandidaatstellingsformulier, bereid te zijn toepassing te geven aan voorafgaand overleg in de partijfractie over aan de orde komende onderwerpen anders dan in het partijprogramma staan vermeld, om pas daarna een eigen mening te vormen en die te uiten in een stemming in het vertegenwoordigende lichaam.
      • Een verklaring, zoals opgenomen in het kandidaatstellingsformulier, bereid te zijn toepassing te geven aan hetgeen in het Huishoudelijk Reglement verder is aangegeven.
      • Een lijst met minimaal 150 Ondersteuningsverklaringen van leden.
    • In een zitting binnen 48 uur na sluiting van de aanmeldingstermijn bepaalt de Verkiezingscommissie welke Kandidaten worden geaccepteerd en welke afgewezen. Van deze zitting wordt proces-verbaal opgemaakt. De commissie is gehouden na te gaan of aan de voor de kandidaatstelling geldende voorwaarden wordt voldaan. Een aanmelding wordt geweigerd indien:
      • De feitelijke gegevens, bedoeld in dit Hfdst, onjuist of onvolledig zijn.
      • De Verkiezingscommissie beschikt over schriftelijke aanwijzingen of getuigenissen die ernstige twijfels oproepen over de juistheid van de afgelegde verklaringen.
      • De aanmelding na het gepubliceerde sluitingstijdstip wordt ontvangen.
    • Leden die namens de Partij twaalf aaneengesloten jaren of langer zitting hebben gehad in het Vertegenwoordigend lichaam waarvoor de kandidaatstelling aan de orde is, kunnen zich niet opnieuw kandideren voor het betreffende vertegenwoordigende lichaam.
    • Voor Leden die namens de Partij een politiek-bestuurlijke functie bekleden, geldt de in lid 6 genoemde termijn als richtlijn voor het bekleden van eenzelfde functie in hetzelfde politieke bestuurslichaam.
    • Een persoon als bedoeld in lid 7 kan een gemotiveerd dispensatieverzoek indienen bij het bestuur indien hij zwaarwegende redenen heeft om zich alsnog opnieuw te kandideren. Dit verzoek dient uiterlijk één maand voor de sluiting van de kandidaatstelling ontvangen te zijn.
    • Het bestuur neemt binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek een gemotiveerd besluit. Dit besluit wordt onverwijld medegedeeld aan het Lid en het bestuur op het niveau van het Vertegenwoordigend lichaam waarvoor de kandidaatstelling geldt. Alvorens te besluiten kan het bestuur om advies vragen bij het bestuur op het niveau van het Vertegenwoordigend lichaam waarvoor de kandidaatstelling geldt.
    • Tegen het besluit staat tot 72 uur na bekendmaking beroep open bij de Geschillencommissie. De Geschillencommissie doet binnen tien werkdagen uitspraak. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie is geen beroep mogelijk.
    • Binnen 72 uur na sluiting van de kandidaatstelling verzendt de Verkiezingscommissie aan de Kandidaat bericht van (niet)-acceptatie. Binnen 72 uur na verzending van het bericht van niet-acceptatie kan beroep worden ingesteld bij de Geschillencommissie, die uiterlijk binnen zeven werkdagen na ontvangst van het beroep uitspraak doet. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie is geen beroep mogelijk. Op basis van de uitspraak kan de Verkiezingscommissie:
      • De aanmelding aanvaarden en de betreffende Kandidaat een acceptatiebevestiging zenden.
      • De aanmelding weigeren en hiervan bericht zenden aan de Kandidaat met opgave van redenen.
    • Een Kandidaat die zich terugtrekt nadat de aanmelding is aanvaard, dient dit onverwijld schriftelijk aan de Verkiezingscommissie te melden. Indien de kandidatenopgave en Stembiljetten reeds gedrukt zijn, blijft betrokkene als Kandidaat gehandhaafd, maar wordt deze bij de uitslagbepaling buiten beschouwing gelaten.
    • Voorkeurstemregeling: na de startfase van de Partij wordt deze regeling op centraal en decentraal niveau per verkiezing vastgesteld door het betreffende bestuur.

Artikel 6.2 Kandidaatstelling voor besturen, commissies en de Geschillencommissie

  • De leden van besturen, bijzondere Organen en permanente commissies van de ledenvergadering worden voor de tijd van vier jaar gekozen via een Partijstemming en zijn slechts eenmaal als zodanig onmiddellijk herkiesbaar.
  • Indien een Lid van een Orgaan aftreedt voordat de termijn van vier jaar is verstreken en aansluitend gekozen wordt in een andere functie binnen dat Orgaan, geldt voor deze verkiezing de termijn die resteert tot een maximum zittingstermijn van acht jaar is bereikt. Na het bereiken van de maximale zittingstermijn mag een Lid zich dadelijk opnieuw kandideren voor een andere functie in het Orgaan waarin hij reeds actief was.
  • Onverminderd het bepaalde in het vijfde lid eindigt het lidmaatschap van bovenstaande Organen:
    • Door verloop van de zittingsduur als bedoeld in het eerste lid.
    • Doordat het Lid voor het lidmaatschap van het Orgaan bedankt.
    • Doordat het lidmaatschap van de Partij eindigt of wordt opgeschort.
  • Bij tussentijdse vacatures in deze Organen of langdurige afwezigheid van een Lid wijst het betrokken Orgaan, bij besturen al dan niet uit hun midden, een functiewaarnemer aan totdat via een Partijstemming de vacature kan worden vervuld of totdat het Lid weer aanwezig kan zijn.
  • Een Orgaan dient uit zijn midden een of meer plaatsvervangend voorzitters aan te wijzen. Indien de voorzitter van een Orgaan tussentijds aftreedt, neemt de (eerste) plaatsvervangend voorzitter zijn taken waar, totdat met een Partijstemming een nieuwe voorzitter is gekozen.
  • Neemt de ledenvergadering een Motie van wantrouwen aan tegen een Orgaan in zijn geheel, dan dient dit Orgaan in zijn geheel onverwijld af te treden. De dagelijkse gang van zaken wordt afgehandeld door het afgetreden Orgaan. Het desbetreffende bestuur voert binnen drie maanden een Partijstemming uit om de ontstane vacatures te vervullen. De ledenvergadering kan een Motie van wantrouwen aannemen tegen een lid van een Orgaan, waarna dat Lid onverwijld dient af te treden. Dat aftreden wordt beschouwd als een tussentijdse vacature, zoals bedoeld in het tweede lid en dienovereenkomstig behandeld.
  • Het bestuur van een niveau meldt elke vacature aan de Leden en maakt daarbij de vastgestelde aanmeldingstermijn bekend. Deze termijn vangt aan bij de melding van de vacature en duurt zes weken. De aanmelding dient te geschieden bij de Verkiezingscommissie. Het door een Verkiezingscommissie bijgehouden register van aanmeldingen en de kandidaat-gegevens staan vanaf binnenkomst ter inzage van het Landelijk bestuur en het overeenkomstige deelafdelingsbestuur of afdelingsbestuur of regionaal bestuur.
  • In het geval van afwijzing van een Kandidaat voor het lidmaatschap van een bestuur of commissies van de ledenvergadering op decentraal niveau of voor de Geschillencommissie bedraagt de beroepstermijn drie dagen na de sluiting van de aanmeldingstermijn en doet de Geschillencommissie uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de Partijstemming uitspraak. Tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk.
  • Het houden van Voorkeursacties ten gunste van één of meer Kandidaten is toegestaan, onder de in art 6.20 genoemde voorwaarden.
  • De Kandidaten voor de ontstane vacature(s) worden in staat gesteld hun kandidatuur te ondersteunen op een door de Verkiezingscommissie nader te bepalen wijze.
  • Het desbetreffende Orgaan heeft het recht een schriftelijke en gemotiveerde aanbeveling te doen aan de Leden met betrekking tot de vervulling van vacatures.
  • Ongeacht of er voor interne partijfuncties één of meerdere Kandidaten beschikbaar zijn, vindt altijd op het betreffende niveau een Partijstemming plaats.
  • Benoeming van leden van een commissie ingesteld door een bestuur geschiedt voor een in het benoemingsbesluit vermelde termijn, welke termijn ten hoogste de tijd van drie jaar bedraagt. Leden zijn slechts één maal als zodanig onmiddellijk herbenoembaar.

Artikel 6.3 De Verkiezingscommissie

  • De landelijke Verkiezingscommissie is eindverantwoordelijk voor:
    • De procedures van de kandidaatstellingen en verkiezingen op elk niveau.
    • Het uitsluitend plaatsen van Kandidaten op de vertegenwoordigende lijsten die voldoen aan de wettelijke vereisten en aan door de Partij vastgestelde eisen voor verkiezing.
  • De landelijke Verkiezingscommissie heeft tot taak de goede voortgang te bewerkstelligen van de kandidaatstellingsprocedure voor de verkiezingen op Europees niveau en voor de Vertegenwoordigende lichamen, respectievelijk voor de besturen, bijzondere Organen en commissies op landelijk niveau.
  • Indien op decentraal niveau geen permanente Verkiezingscommissie is ingesteld, benoemt de betreffende ledenvergadering een Verkiezingscommissie ad hoc.
  • Elke Verkiezingscommissie van een regio- of afdelingsniveau:
    • Is op haar niveau belast met de controle en verificatie van de informatie van de Kandidaten en de informatieverstrekking over deze Kandidaten aan de Leden van haar niveau.
    • Meldt de Kandidaten met hun bijbehorende vereiste gegevens aan bij de landelijke Verkiezingscommissie ingevolge 6.3.1.2.
    • Is belast met het vaststellen van de uitslag en het bekendmaken van de stemmingen.
    • Kan voorstellen aan de Leden doen met betrekking tot de procedures van de kandidaatstelling en verkiezing vlg art 21.4. St.
    • Draagt zorg voor de indiening van de kandidatenlijsten voor de verkiezingen voor de Vertegenwoordigende lichamen op haar niveau zoals voorgeschreven door de Kieswet.

Artikel 6.4 Bevoegdheden van de Verkiezingscommissie

  • De landelijke Verkiezingscommissie heeft de bevoegdheid om ambtshalve dan wel op verzoek van het betrokken regiobestuur of afdelingsbestuur:
    • Een besluit te nemen tot herstemming ten aanzien van de lijstvolgorde en de verkiezing van de Lijsttrekker.
    • Een verkiezing stil te leggen.
    • De werkzaamheden van een Verkiezingscommissie van een regio of afdeling over te nemen.
  • Deze besluiten wordt slechts genomen indien door procedurele fouten of door late terugtreding van Kandidaten of door aantoonbaar onjuist gebleken informatie de belangen van één of meer andere Kandidaten ernstig geschaad zijn.
  • Als een Lid zijn stem niet kan uitbrengen dan dient hij dit direct te melden bij de Verkiezingscommissie van het betreffende niveau. Als naar de mening van het Lid de Verkiezingscommissie onvoldoende adequaat handelt, dan heeft het Lid tot uiterlijk 24 uur na sluiting van de stemming de tijd om bezwaar te maken bij de landelijke Verkiezingscommissie.
  • Als een Kandidaat onregelmatigheden constateert die van invloed kunnen zijn op de uitslag van de stemming, dan dient hij dit direct te melden bij de Verkiezingscommissie op het betreffende niveau. Indien de Kandidaat van mening is dat de Verkiezingscommissie hierop onvoldoende adequaat handelt, dan kan de Kandidaat tot uiterlijk 24 uur na bekendmaking van de uitslag aan de Kandidaten bezwaar maken bij de landelijke Verkiezingscommissie. Publicatie van de uitslag dient in dit geval te worden opgeschort.
  • De landelijke Verkiezingscommissie neemt een besluit als bedoeld in lid 1 ambtshalve of op verzoek van een ledenvergadering, een belanghebbende of een bestuur. De beroepstermijn bedraagt 24 uur nadat het besluit per e-mail aan de betrokkene(n) kenbaar is gemaakt en na bevestiging van ontvangst.
  • De landelijke Verkiezingscommissie is tevens belast met het geven van aanwijzingen over de uitleg en de toepassing van de reglementen. Tegen een aanwijzing is geen beroep mogelijk.
  • Indien een beroep wordt ingesteld tegen een besluit dat verband houdt met de kandidaatstelling, is de Verkiezingscommissie niet bevoegd tot het nemen van besluiten, totdat de Geschillencommissie uitspraak heeft gedaan.
  • Binnen tien werkdagen na de sluitingsdatum van de Partijstemming wordt het proces-verbaal van de uitslagbepaling voor Provinciale en Gemeentelijke verkiezingen gezonden aan de landelijke Verkiezingscommissie. Wanneer naar het oordeel van de landelijke Verkiezingscommissie de uitslag van de stemming niet juist is bepaald, treedt zij in overleg met het bestuur op het betreffende niveau. Zij hoort de betrokken Verkiezingscommissie en heeft de bevoegdheid zo nodig de uitslag te corrigeren.
  • De landelijke Verkiezingscommissie neemt een besluit tot al dan niet schrapping na advies van het betreffende bestuur.
  • De landelijke Verkiezingscommissie neemt een besluit tot schrapping uitsluitend wanneer er feiten en omstandigheden aan het licht komen, die op het moment van kiezen niet of onvoldoende bekend waren en die volgens de landelijke Verkiezingscommissie:
    • Redelijkerwijs tot een aanmerkelijk andere uitslag hadden kunnen leiden.
    • Een Kandidaat dan wel de Partij ernstig in diskrediet brengen.
  • Van een zodanig besluit wordt de Kandidaat terstond schriftelijk kennis gegeven onder opgave van de redenen voor dat besluit. Tegen het besluit is geen beroep mogelijk.
  • De landelijke Verkiezingscommissie heeft tot uiterlijk 21 dagen vóór de Dag van kandidaatstelling ingevolge de Kieswet de bevoegdheid Kandidaten van de kandidatenlijst voor Vertegenwoordigende lichamen te schrappen uitsluitend na een gemotiveerd advies van het verantwoordelijke bestuur. Tegen het besluit is geen beroep mogelijk.
  • Bij verkiezingen voor de Gemeenteraad wordt voorafgaand aan het besluit tot schrapping door het afdelingsbestuur aan het regiobestuur advies gevraagd.

Artikel 6.5 Besluiten tot deelname aan de verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

  • Bij voorkeur tien maanden en uiterlijk zes maanden voor de verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen kan via een Partijstemming worden besloten niet deel te nemen aan deze verkiezingen.
  • De Verkiezingscommissie neemt bij voorkeur tien maanden en uiterlijk zes maanden voor de verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen de navolgende besluiten:
    • De vaststelling van het conceptprofiel van de Lijsttrekker en de Kandidaten vlg art 6.7.
    • Het aanvangstijdstip en het sluitingstijdstip van de aanmeldingstermijn voor de kandidaatstelling voor het lijsttrekkerschap vlg art 6.16 respectievelijk voor de overige Kandidaten vlg art 6.17.
    • De datum van vaststelling van de definitieve kandidaatstelling.
    • De datum van de verkiezing van de Lijsttrekker vlg art 6.16.
    • Het minimaal te behalen percentage vermeldingen bij de Partijstemming voor plaatsing op de kandidatenlijst ingevolge de Kieswet.
    • Het maximale aantal Kandidaten dat geplaatst wordt op een kandidatenlijst ingevolge de Kieswet.
    • Het minimale en maximale aantal te vermelden Kandidaten op het Stembiljet.
    • Het aanvangstijdstip en sluitingstijdstip voor het inzenden van de Stembiljetten.

Artikel 6.6 Informatieplicht Verkiezingscommissie bij verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

De Verkiezingscommissie maakt bij opening van de kandidaatstelling de volgende gegevens bekend aan de leden:

  • De besluiten als bedoeld in art 6.12.
  • De datum waarop een Kandidaat uiterlijk Lid moet zijn voor deelname aan de verkiezing.
  • De peildata voor het stemrecht (ledenvergaderingen en Partijstemming).
  • De wijze van aanmelding van de Kandidaten, de wijze van het verkrijgen van het aanmeldingsformulier en het aanmeldingsadres.
  • De verklaringen van de individuele Kandidaten vlg art 6.1.
  • De datum en de wijze waarop de voorstellen en de kandidatenoverzichten aan de Leden beschikbaar worden gesteld.
  • De data waarop de uitslag van de Partijstemming uiterlijk zal worden gepubliceerd.
  • Het benodigde aantal Ondersteuningsverklaringen voor de kandidatuur.

Artikel 6.7 Profiel Lijsttrekker en Kandidaten bij verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

  • Ten behoeve van de lijstsamenstelling voor Vertegenwoordigende lichamen wordt aan de Leden voor de opening van de interne kandidaatstelling een profiel van de te kiezen Lijsttrekker voorgelegd waarop de Leden kunnen reageren. Na een inventarisatie van de opmerkingen en aanvullingen wordt een aangepast profiel opgesteld.
  • Bij de profielen van de te verkiezen Kandidaten wordt een lijst toegevoegd met de deskundigheden waarover een fractie in ieder geval moet beschikken.
  • De profielen en de lijst met de bijbehorende deskundigheden vlg lid 1 en 2 worden samengesteld door het bestuur en de desbetreffende zittende fractie. Bij het ontbreken van een fractie worden de profielen samengesteld door het bestuur.
  • De profielen en de lijst met de bijbehorende deskundigheden van de fractie worden in een Partijstemming vastgesteld of verworpen, waarbij met een gewone meerderheid van uitgebrachte stemmen wordt besloten. Er is een mogelijkheid voor de Leden een verwerping te motiveren.
  • Bij een meerderheid voor verwerping analyseert de kiescommissie binnen vijf werkdagen de aangegeven motieven tot verwerping. In de vijf werkdagen daarna stelt het bestuur en de desbetreffende fractie met behulp van de analyse aangepaste profielen en een aangepaste lijst met de bijbehorende deskundigheden van de fractie op. Het aangepaste lijstadvies wordt opnieuw voorgelegd aan de Leden in een Partijstemming met opnieuw de mogelijkheid een verwerping te motiveren.
  • Bij een tweede verwerping hebben de voorzitter en de Lijsttrekker de bevoegdheid na een analyse van de motieven de profielen en de lijst met de bijbehorende deskundigheden van de fractie aan te passen en vast te stellen. Tegen deze vaststelling is geen beroep mogelijk.

Artikel 6.8 Het lijstadvies en de kandidatenlijst bij verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

  • Het lijstadvies met de volgorde van de Kandidaten wordt opgesteld door de voorzitter van het bestuur en de Lijsttrekker van die verkiezingen. Zij laten zich daarbij adviseren door deskundigen binnen en/of buiten de Partij.
  • Als de voorzitter van het bestuur Kandidaat is voor de desbetreffende verkiezingen, worden diens taken in de totstandkoming van het lijstadvies waargenomen door één van de vicevoorzitters van het bestuur.
  • De Kandidaten worden beoordeeld op basis van het kandidatenprofiel dat door de ledenvergadering is vastgesteld op de wijze als in 6.7 is aangegeven.
  • De plek van de Kandidaat op het lijstadvies wordt eerst aan de Kandidaat voorgelegd, waarna alle Kandidaten gedurende vijf dagen het recht hebben aan dit advies een persoonlijke reactie toe te voegen van maximaal driehonderd woorden, hetwelk onverbrekelijk verbonden met het kandidatenoverzicht en lijstadvies aan de Leden ter kennis wordt gebracht.
  • Over de wijze van handelen bij de totstandkoming van het lijstadvies kan tot vijf werkdagen nadat de adviesplek aan de Kandidaat is medegedeeld een geschil bij de Geschillencommissie aanhangig worden gemaakt. De Geschillencommissie doet binnen tien dagen na de hiervoor bedoelde verzending uitspraak. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie is geen beroep mogelijk. Het lijstadvies wordt pas na de uitspraak aan de Leden ter kennis gebracht.
  • Het lijstadvies wordt voorgelegd aan de partijleden in een Partijstemming met uitsluitend de mogelijkheid van instemming of verwerping, waarbij met een gewone meerderheid van uitgebrachte stemmen wordt besloten. Elk Lid mag een verwerping motiveren.
  • Bij een meerderheid voor verwerping analyseert de kiescommissie binnen vijf werkdagen de motieven tot verwerping. Met deze analyse stellen de voorzitter van het bestuur en de Lijsttrekker in de vijf werkdagen daarna een aangepast lijstadvies op na overleg met de Kandidaten waarvoor het lijstadvies een verandering betekent en legt het aangepaste lijstadvies opnieuw voor in een Partijstemming, met opnieuw de mogelijkheid voor elk Lid een verwerping te motiveren. Bij een tweede verwerping hebben de voorzitter en de Lijsttrekker de bevoegdheid de kandidatenlijst aan te passen en vast te stellen. Tegen deze vaststelling is geen beroep mogelijk.

Artikel 6.9 De kandidatenlijst bij verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

  • De kandidatenlijst voor een Vertegenwoordigend lichaam omvat het aantal Kandidaten zoals vastgesteld door de ledenvergadering vlg art 6.12.1.5.
  • De Verkiezingscommissie bepaalt het maximaal aantal te plaatsen Kandidaten op de kieslijsten welk aantal Kandidaten van de definitieve kandidatenlijst worden geplaatst op de betreffende in te dienen kieslijsten voor het vertegenwoordigende lichaam op de overeenkomstig genummerde plaatsen.
  • Op de kandidatenlijsten voor het vertegenwoordigende lichaam worden de resterende plaatsen bezet door de nog niet geplaatste Kandidaten, waarbij de volgorde wordt vastgesteld door de voorzitter van het bestuur en de Lijsttrekker van die verkiezingen. Tegen deze vaststelling is geen beroep mogelijk.

Artikel 6.10 Tussentijdse en vervroegde verkiezingen van leden van Vertegenwoordigende lichamen

Indien in het geval van tussentijdse en vervroegde verkiezingen voor leden van Vertegenwoordigende lichamen de geregelde procedures in Hfdst 3 en Hfdst 6 wegens spoedeisendheid niet kunnen worden gevolgd, stelt het bestuur een verkiezingsreglement vast, waarin in ieder geval bepalingen zijn opgenomen over de samenstelling van de kandidatenlijst, de Partijstemmingen, een eventuele ledenvergadering en het verkiezingsprogramma.

Artikel 6.11 Deelnamebesluit verkiezingen van een vertegenwoordigend lichamen op decentraal niveau

  • Over deelname aan de verkiezingen voor de leden van een Vertegenwoordigend lichaam op decentraal niveau wordt in een Partijstemming door de Leden op het overeenkomstig niveau al dan niet besloten. De Partijstemming is twaalf maanden voor de verkiezingen. Bij een besluit tot deelname wordt eveneens bepaald of dit zelfstandig is of in een gezamenlijke lijst met een of meerdere partijen.
  • Het Landelijke bestuur dient binnen tien werkdagen na het besluit tot deelname op de hoogte te worden gesteld.
  • Het Landelijke bestuur besluit over toestemming tot deelname aan de verkiezingen. Indien duidelijke bezwaren bekend zijn kan het Landelijke bestuur besluiten niet in te stemmen met de deelname. Bij verkiezingen voor de gemeenteraad kan hierbij advies worden ingewonnen bij het regiobestuur. Tevens kan het Landelijke bestuur een besluit nemen onder voorwaarden. Dit besluit wordt binnen vier weken na ontvangst van het decentrale besluit tot deelname genomen.
  • Deelname aan de verkiezingen voor Vertegenwoordigend lichaam op enig decentraal niveau onder de aanduiding van de Partij kan uitsluitend met toestemming van het Landelijke bestuur.

Artikel 6.12 Verdere besluitvorming bij de definitieve deelname aan de verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen op decentraal niveau

  • Bij deelname aan de verkiezingen op decentraal niveau neemt de ledenvergadering de volgende besluiten volgens de procedure uit art 6.7 en 6.8:
    • De vaststelling van het profiel van de Lijsttrekker en van de overige Kandidaten.
    • Het aanvangs- en sluitingstijdstip van:
      • Aanmelding voor de kandidaatstelling voor het lijsttrekkerschap.
      • Aanmelding voor de overige Kandidaten.
      • De stemming voor Lijsttrekker.
      • De stemming voor de overige Kandidaten.
    • Het aantal Ondersteuningsverklaringen voor kandidaatstelling voor het lijsttrekkerschap.
    • Het minimaal te behalen percentage stemmen voor de overige Kandidaten voor plaatsing op de definitieve kandidatenlijst.
    • Het maximaal aantal Kandidaten dat geplaatst wordt op een kandidatenlijst.
    • Het instellingsbesluit van de lijstadviescommissie.
    • Het instellingsbesluit van de wethouders- dan wel gedeputeerdencommissie.
    • De hoogte van de afdrachtregeling voor politieke vertegenwoordigers.
    • De benoeming van een Verkiezingscommissie.

Artikel 6.13 Het lijstadvies en de kandidatenlijst bij de definitieve deelname aan de verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen op decentraal niveau

Het lijstadvies en de vaststelling van de kandidatenlijst vindt plaats analoog aan het gestelde in art 6.7 t/m 6.12.

Artikel 6.14 Instellen wethouders-/gedeputeerdencommissie

  • De ledenvergadering op het betreffende niveau stelt vast op welke wijze een wethouders- dan wel gedeputeerdencommissie wordt ingesteld. Hiertoe stelt zij een instellingsbesluit vast.
  • Het instellingsbesluit omvat:
    • De samenstelling van de commissie.
    • De wijze waarop geïnteresseerden zich kunnen melden.
    • De wijze waarop de commissie tot haar advies komt.
  • Het advies is niet bindend en wordt ter kennis gebracht aan de betreffende fractie geldend na de verkiezingen. De fractie heeft de bevoegdheid te besluiten over het al dan niet volgen van het advies. Tegen dit besluit is geen beroep mogelijk.
  • Bij tussentijdse invulling van de functie voor wethouder dan wel gedeputeerde is het bestuur op het betreffende niveau bevoegd het instellingsbesluit vast te stellen.

Artikel 6.15 De Verkiezingscommissie bij de definitieve deelname aan de verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen op decentraal niveau

  • Voor het waarborgen van een onpartijdige voortgang van de kandidaatstellingsprocedure stelt de ledenvergadering een Verkiezingscommissie in.
  • De bevoegdheden van de Verkiezingscommissie bij de definitieve deelname aan de verkiezingen voor Vertegenwoordigende lichamen op decentraal niveau zijn analoog aan het gestelde in art 6.4

Artikel 6.16 Verkiezing van de Lijsttrekker op landelijk respectievelijk decentraal niveau

  • De aanmeldingstermijn voor het landelijke lijsttrekkerschap duurt ten minste één maand en sluit uiterlijk vijf maanden voor de Dag van kandidaatstelling ingevolge de Kieswet.
  • De aanmeldingstermijn voor het lijsttrekkerschap op decentraal niveau duurt ten minste één maand en sluit uiterlijk acht maanden voor de Dag van kandidaatstelling ingevolge de Kieswet.
  • Bij de aanmelding legt de kandidaat-lijsttrekker Ondersteuningsverklaringen voor:
    • Voor de kandidaat-lijsttrekker op landelijk niveau bedraagt het aantal benodigde Ondersteuningsverklaringen van de stemgerechtigde Leden ten minste 250.
    • Voor de kandidaat-lijsttrekker op decentraal niveau stelt de decentrale ledenvergadering het benodigde aantal Ondersteuningsverklaringen vast.
    • De Ondersteuningsverklaringen bestaan uit een lidnummer en een (digitale) handtekening en dienen in één keer bij de kandidaatstelling gevoegd te worden.
  • De verkiezing van de Lijsttrekker vindt plaats middels een Partijstemming. De stemming wordt niet langer dan veertien dagen opengesteld en sluit uiterlijk vier maanden voor de Dag van kandidaatstelling.
  • De Leden die bij opening van de stemming stemrecht hebben, worden in de gelegenheid gesteld hun stem uit te brengen.

Artikel 6.17 Verkiezing overige Kandidaten

  • De aanmeldingstermijn voor de overige Kandidaten duurt ten minste één maand en sluit uiterlijk vier maanden voor de Dag van kandidaatstelling ingevolge de Kieswet.
  • De stemming vindt plaats middels een Partijstemming. De stemming wordt niet langer dan veertien dagen opengesteld en sluit uiterlijk twee maanden voor de Dag van kandidaatstelling.
  • De Leden die bij opening van de stemming stemrecht hebben, worden in de gelegenheid gesteld hun stem uit te brengen.

Artikel 6.18 Voorwaarden bij kandidaatstelling en niet verkiesbare plaatsen

  • Op de Dag van kandidaatstelling ingevolge de Kieswet dient de Kandidaat te voldoen aan de wettelijk vereiste voorwaarden om in het vertegenwoordigende lichaam te worden gekozen, met dien verstande dat aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de minimumleeftijd op de dag van de verkiezing moet zijn voldaan.
  • Een Kandidaat die bij de aanmelding als Kandidaat heeft aangegeven niet beschikbaar te zijn voor een zetel wordt na afloop van de interne verkiezingen door de betreffende Verkiezingscommissie onder aan de kandidatenlijst in volgorde van het aantal stemmen geplaatst.

Artikel 6.19 Toevoegen Lijstduwers

  • De ledenvergadering kan het betreffende bestuur het mandaat geven om voorafgaand aan de interne verkiezing Lijstduwers op de lijst toe te voegen. Dit mandaat kan criteria omvatten op basis waarvan de Lijstduwers gezocht worden.
  • De namen van de Lijstduwers dienen gelijktijdig bekend te worden gemaakt met de uitslag van de interne verkiezing voor de overige Kandidaten.
  • De Lijstduwers maken geen onderdeel uit van de interne verkiezing en worden na de vaststelling van de stemming aan de lijst van Kandidaten toegevoegd. Het bestuur bepaalt hierbij de onderlinge volgorde.
  • De Lijstduwer heeft zich bereid verklaard na eventueel verkozen te zijn terug te treden.
  • Een kandidatenlijst kan niet uit alleen uit Lijstduwers bestaan.

Artikel 6.20 Voorkeursacties

  • Het houden van Voorkeursacties ten gunste van één of meer Kandidaten voor vertegenwoordigende functies namens de Partij is toegestaan, onder de voorwaarden dat:
    • Er op geen enkele wijze ten nadele van de overige Kandidaten wordt gesproken of gehandeld in woord en geschrift.
    • Actievoerders geen gebruik maken van adressenbestanden, dan wel e-mailbestanden van de Partij.
    • Voorkeursacties niet in strijd zijn met de regels opgesteld door het bestuur in lid 2.
  • Voorkeursacties zoals bedoeld in het vorige lid dienen te verlopen volgens richtlijnen vastgesteld door het Landelijke bestuur in de ‘Regeling Voorkeursacties’ welke bekend wordt gemaakt voor opening van de kandidaatstellingstermijn. De landelijke Verkiezingscommissie is verantwoordelijk voor de handhaving van deze ‘Regeling Voorkeursacties’ en beoordeelt na ontvangst van een klacht van een belanghebbende of de Voorkeursactie volgens de ‘Regeling Voorkeursacties’ is verlopen.
  • Is de Voorkeursactie niet volgens de ‘Regeling Voorkeursacties’ is verlopen, dan is de Verkiezingscommissie bevoegd om in samenspraak met het bestuur maatregelen te nemen. Tegen een dergelijk besluit staat tot 48 uur na bekendmaking beroep open bij de Geschillencommissie, welke binnen 72 uur uitspraak doet. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie is geen beroep mogelijk. Hangende de uitspraak blijft de maatregel in stand.
  • Daarnaast zijn Kandidaten gerechtigd de eigen kandidatuur op ledenvergaderingen kenbaar te maken.
  • Het uitbrengen van digitale of schriftelijke stemadviezen door andere Partijorganen of fracties in Vertegenwoordigende lichamen is niet toegestaan.

Artikel 6.21 Wijze van verkiezen

  • Artikel 6.22 is van toepassing op het verkiezen van personen ter vervulling van plaatsen op kandidatenlijsten voor Vertegenwoordigende lichamen en voor de vervulling van meerdere gelijke vacatures in een bestuur of commissie op elk niveau in de Partij.
  • Artikel 6.23 is van toepassing op het verkiezen van personen als Lijsttrekker, lid van een bestuur, commissie of Geschillencommissie op elk niveau in de Partij indien geen sprake is van meerdere gelijke vacatures.

Artikel 6.22 Verkiezing kandidatenlijst ter vervulling van meerdere gelijke vacatures

  • Alle stemgerechtigde Digitale of Postleden ontvangen een Stembiljet, waarin alle Kandidaten in willekeurige volgorde zijn vermeld. Een stemgerechtigd Lid is niet verplicht te stemmen.
  • De stemgerechtigde Leden stemmen door ten minste een minimum en ten hoogste een maximum door het verantwoordelijke bestuur te bepalen aantal namen van verschillende Kandidaten in volgorde van hun voorkeur van de cijfers 1, 2, 3, et cetera te voorzien. Voor de vervulling van meerdere vacatures is het aantal namen dat mag worden gekozen ten hoogste gelijk aan het aantal te vervullen vacatures.
  • De ingevulde Stembiljetten worden digitaal of per post binnen de aangegeven termijn naar de desbetreffende Verkiezingscommissie gestuurd en geteld.
  • De Verkiezingscommissie bepaalt de uitslag als volgt:
    • De aangegeven cijfers op de Stembiljetten worden per Kandidaat opgeteld.
    • De Kandidaat met de laagste score is als eerste gekozen c.q. vervult de eerste plaats op de lijst. De Kandidaat met de op één na laagste score is als tweede gekozen c.q. vervult de tweede plaats op de lijst, et cetera, totdat zoveel Kandidaten zijn gekozen als er vacatures c.q. plaatsen op de lijst te vervullen zijn.
    • Hebben twee of meer Kandidaten dezelfde totale score, dan wordt de Kandidaat die het grootste aantal malen als eerste voorkeur op een Stembiljet is vermeld, geacht hoger op de kandidatenlijst te staan. Indien dit aantal ook gelijk is, dan wordt de Kandidaat die het grootste aantal malen als tweede voorkeur is vermeld, geacht hoger op de kandidatenlijst te staan, et cetera. Indien dit niet leidt tot een besluit, wordt geloot.
  • Een Stembiljet is geldig als het is ingevuld vlg lid 2. Indien op het Stembiljet een niet-Kandidaat is aangegeven, wordt het geacht deze informatie niet te bevatten. Als een Kandidaat op één Stembiljet meerdere malen is aangegeven, wordt daarvan slechts de hoogste voorkeur in aanmerking genomen. Indien op een Stembiljet een voorkeur zodanig is aangegeven dat twijfel ontstaat ten aanzien van de bedoeling van de betrokken stemgerechtigde, is deze stem ongeldig. In alle andere afwijkende gevallen bepaalt de Verkiezingscommissie de geldigheid.
  • In een zitting binnen 72 uur na sluiting van deze Partijstemming bepaalt de Verkiezingscommissie de uitslag van de Partijstemming. Van deze zitting wordt proces-verbaal opgemaakt. Bij het bepalen van de uitslag van de Partijstemming worden slechts die Stembiljetten in aanmerking genomen die voor de sluitingsdatum van de Partijstemming zijn ontvangen. De Verkiezingscommissie maakt de uitslag door toezending van het proces-verbaal ‘Bepaling uitslag Partijstemming’ bekend aan de Kandidaten en het bestuur en zorgt voor een vermelding op de Website.

Artikel 6.23 Verkiezing Kandidaat ter vervulling van één vacature

  • Gestemd wordt door op het Stembiljet één Kandidaat te noteren. Een Stembiljet waarop meerdere namen staan is ongeldig.
  • Een stemgerechtigd Lid is niet verplicht te stemmen.
  • De Kandidaat met de meeste geldig uitgebrachte stemmen is gekozen.

Artikel 6.24 Aantal Kandidaten gelijk aan aantal vacatures

  • Gestemd wordt door op het Stembiljet bij elke Kandidaat te noteren voor of tegen de benoeming van die Kandidaat te zijn.
  • Een stemgerechtigd Lid is niet verplicht te stemmen.
  • De Kandidaat is verkozen indien een gewone meerderheid van de aan de stemming deelnemende stemgerechtigde Leden voor de Kandidaat heeft gestemd.

Hoofdstuk 7 Het partijprogramma en het verkiezingsprogramma

Artikel 7.1 Het partijprogramma

  • Het partijprogramma bestaat uit:
    • De door de Leden vastgestelde partijprogramma.
    • De uitspraken van de landelijke ledenvergadering over actuele belangrijke politieke thema’s en over politieke initiatieven in de samenleving.
  • Het Landelijke of Decentrale bestuur kan voorstellen doen voor nieuwe onderwerpen die deel kunnen uitmaken van het partijprogramma, waartoe het bestuur dient te besluiten met een tweederde meerderheid van stemmen.
  • Individuele Leden kunnen voorstellen doen voor nieuwe onderwerpen die deel kunnen uitmaken van het partijprogramma, indien ondertekend door honderd of meer stemgerechtigde Leden.
  • Het Landelijke bestuur is verantwoordelijk voor het voorleggen van ontwerpteksten van (delen van) het partijprogramma aan de Leden.
  • Elk voorgesteld nieuw onderwerp uit 1.2 en 1.3 wordt voorgelegd aan de Leden in een Partijstemming over het al dan niet opnemen van dat onderwerp in het partijprogramma. Daarvoor is een absolute meerderheid nodig.

Artikel 7.2 Het verkiezingsprogramma

  • Het verkiezingsprogramma ten behoeve van de verkiezingen voor de direct gekozen Vertegenwoordigende lichamen bestaat vlg art 1 St uit:
    • Per verkiezing maximaal twee Idealen die niet onderhandelbaar zijn.
    • Per verkiezing maximaal zeven Prioriteiten die onderhandelbaar zijn, maar waarvan per definitie een deel dient te worden verwezenlijkt in politieke onderhandelingen.
    • Per verkiezing een lijst met Belangrijke Onderwerpen die in onderhandelingen aan de orde kunnen komen en die de Partij nastrevenswaardig vindt. Deze kunnen na de betreffende verkiezing als onderhandelingsruimte worden gebruikt (door de toezegging bij een bepaald punt het verdeelde stemmen op te geven). De Leden stemmen in met deze onderhandelingsstrategie en accepteren dat het in principe mogelijk is dat geen enkel Belangrijke Onderwerp wordt gerealiseerd in de op de verkiezingen volgende regeerperiode.
  • Het Landelijke of Decentrale bestuur kan bij gewone meerderheid van stemmen besluiten voorstellen te doen voor nieuwe onderwerpen die deel kunnen uitmaken van het verkiezingsprogramma.
  • Individuele Leden kunnen voorstellen doen voor nieuwe onderwerpen in het verkiezingsprogramma, indien ondertekend door vijftig of meer stemgerechtigde leden.
  • De voorgestelde nieuwe onderwerpen uit lid 2 en 3 worden opgenomen in de verkiezingslijst met de niet gerealiseerde Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen.
  • De mening van de Nederlandse of regionale bevolking kan invloed hebben op het verkiezingsprogramma:
    • Blijkt de Nederlandse (of regionale) bevolking in een te generaliseren steekproef met een meerderheid van 70% of meer tegen een voorgenomen onderwerp van de verkiezingslijst, dan wordt dit onderdeel niet in de verkiezingslijst opgenomen.
    • Blijkt de Nederlandse (of regionale) bevolking in een te generaliseren steekproef met een meerderheid van 70% of meer vóór een onderwerp dat niet in de verkiezingslijst is opgenomen, dan wordt dit onderdeel aan de verkiezingslijst toegevoegd.
    • De bijgestelde verkiezingslijst wordt door de Programmacommissie verzonden naar alle Leden met de vraag om opmerkingen en aanvullingen, tekstueel en inhoudelijk. Deze worden door de Programmacommissie verwerkt in de verkiezingslijst.
  • Het Landelijke of Decentrale bestuur is verantwoordelijk voor het voorleggen van de verkiezingslijst aan haar leden. Het betreffende bestuur zendt de verkiezingslijst naar de Leden om via een Partijstemming vast te stellen wat het verkiezingsprogramma voor de volgende verkiezing is met de Idealen, Prioriteiten en Belangrijke Onderwerpen.
    • Elk stemgerechtigd Lid kruist twee Idealen, zeven Prioriteiten en de Belangrijke Onderwerpen aan of geeft aan dat een onderwerp geen deel moet uitmaken van het verkiezingsprogramma. Worden meer dan twee Idealen of meer dan zeven Prioriteiten aangegeven, dan is de stem ongeldig. Worden meerdere keuzes bij één onderwerp aangegeven, dan is de stem ongeldig.
    • Heeft een meerderheid van 65% van de stemgerechtigde Leden aangegeven dat een onderwerp geen deel moet uitmaken van het verkiezingsprogramma, dan wordt het onderwerp uit het verkiezingsprogramma geschrapt.
    • De twee onderwerpen met de hoogste scores op Ideaal worden de twee Idealen. Dient één ervan (of alle twee) te moeten worden geschrapt, dan wordt het onderwerp met de na hoogste ideaalscore een Ideaal.
    • Voor het vaststellen van de Prioriteiten geldt hetzelfde als in lid 6.2 met dien verstande dat als op een onderwerp als Ideaal is gestemd en dit onderwerp is geen Ideaal geworden, de ideaalscore wordt meegeteld als prioriteitsscore.
    • Bij de resterende onderwerpen kan worden aangegeven of het Lid deze wil opnemen als Belangrijk Onderwerp of dat dit onderwerp geen deel moet uitmaken van het verkiezingsprogramma. Acceptatie met gewone meerderheid van stemmen.
  • De resultaten van lid 6 vormen het conceptverkiezingsprogramma.
  • Het bestuur stelt op basis daarvan het definitieve verkiezingsprogramma vast.
  • In die gevallen waarin niet is voorzien, beslist het Landelijke bestuur.

Artikel 7.3 De Programmacommissie

  • Het Landelijke bestuur stelt een landelijke Programmacommissie in ten behoeve het ontwikkelen en bewaken van het geldende partijprogramma en het verkiezingsprogramma op landelijk en Europees niveau.
  • Op het niveau van de regio en afdeling stelt elk bestuur een decentrale Programmacommissie in ten behoeve van het decentrale partijprogramma en het verkiezingsprogramma op haar niveau. Het decentrale partijprogramma mag niet strijdig zijn met het landelijke partijprogramma.
  • De ten hoogste zeven leden van de Programmacommissies worden door het betreffende bestuur benoemd en ontslagen. Indien en zolang de Programmacommissie belast is met de voorbereiding van het verkiezingsprogramma op haar niveau, draagt het betreffende bestuur de verantwoordelijkheid voor vertegenwoordiging van de betrokken fractie in de commissie.
  • Elke Programmacommissie werkt in overleg met het betreffende bestuur.

Artikel 7.4 Taken van de Programmacommissie

  • De Programmacommissie is belast met de bewaking van de samenhang van het partijprogramma en haar actualisatie.
  • De Programmacommissie gebruikt het partijprogramma als toetsingskader voor de beoordeling van het vast te stellen verkiezingsprogramma.
  • De Programmacommissie heeft bovendien op haar niveau tot taak:
    • Het ontwerpen van het conceptverkiezingsprogramma ten behoeve van de verkiezingen op haar niveau en het voorleggen hiervan aan het bestuur op haar niveau, teneinde dit bestuur in de gelegenheid te stellen op haar niveau het conceptverkiezingsprogramma vast te stellen met in achtneming van art 7.2.
    • Het adviseren aan de ledenvergadering omtrent ingediende Moties en Amendementen in relatie tot het partijprogramma, in het bijzonder bij Actuele politieke moties.
  • De landelijke Programmacommissie stelt de lijst met de punten voor het concept landelijke verkiezingsprogramma op. Het Landelijke bestuur stelt het definitieve verkiezingsprogramma vast vlg art 7.2.
  • De decentrale Programmacommissie stelt de lijst met de punten voor haar verkiezingsprogramma op. Deze mogen niet strijdig zijn met het landelijk vastgestelde verkiezingsprogramma. Het Landelijke bestuur stelt het definitieve verkiezingsprogramma vast vlg art 7.2.
  • De invloed van de bevolking op het centrale of decentrale niveau op het verkiezingsprogramma is geregeld in art 7.2.5.

Hoofdstuk 8 Financiën

Artikel 8.1 Contributie

  • In een Partijstemming worden de contributieverplichtingen vastgesteld op voorstel van het Landelijke bestuur met uitzondering van de contributieverplichtingen in de Startfase van de Partij. Het Landelijke bestuur vraagt advies aan een door haar ingesteld contributieraad met de penningmeester en de leden van de Financiële Commissie.
  • Het contributiejaar vangt aan op de eerste dag van de maand na aanmelding.
  • De contributies worden geïnd door de penningmeester van het Landelijke bestuur die ervoor zorgt dat de Leden tijdig een verzoek tot betaling ontvangen en bij niet betaling eenmaal aan hun verplichting worden herinnerd.
  • Gezien de hoogte van de kosten om per post te communiceren krijgen de Digitale leden die een grotere lidmaatschapsbijdrage betalen dan een daartoe vast te stellen minimum lidmaatschapsbijdrage vanaf 31 juni 2022 een korting op de contributie. Dit minimum en de korting wordt jaarlijks vastgesteld in een partijstemming met gewone meerderheid van stemmen op voorstel van de Financiële commissie met uitzondering van de Startfase van de Partij.

Artikel 8.2 Contributiebetaling

  • De contributie van enig jaar dient te zijn voldaan binnen twee maanden na ontvangst van de factuur, dan wel binnen 3 maanden na aanmelding als lid, dan wel bij contributiebetaling in termijnen, telkenmale binnen 1 maand na aanvang van die termijn. Indien na het verstrijken van de in dit Lid genoemde termijnen de contributie niet is voldaan wordt een betalingsherinnering verstuurd.
  • De betaling van de contributie kan in termijnen plaatsvinden.
  • Indien na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijnen niet aan de contributieverplichting is voldaan, is het bestuur gerechtigd de aan het lidmaatschap verbonden rechten op te schorten. Van dit besluit wordt aan het Lid mededeling gedaan.
  • Indien binnen 1 jaar na verzending van de laatste factuur niet aan de contributieverplichting is voldaan, wordt het Lid ontzet uit het lidmaatschap. Het betreffende Lid ontvangt hiervan uiterlijk 1 maand tevoren schriftelijk bericht.

Artikel 8.3 Afdracht door politieke ambtsdragers

  • Leden die een functie bekleden in Vertegenwoordigende lichamen en/of in benoemde bestuursfuncties die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Partij, zijn over het eventueel bijbehorende politieke inkomen een afdracht verschuldigd aan het bestuur op het betreffende niveau vlg art 20.5. St..
  • De in lid 1 bedoelde afdracht bedraagt bij een totaal inkomen:
    • Hoger dan 150% van het actueel geschatte modale inkomen in Nederland 5% van het politieke inkomen uit bedoelde functie(s) minus de vaste onkostenvergoeding, vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkering.
    • Tussen 150% en honderdtien% van het actueel geschatte modale inkomen in Nederland 3% van het politieke inkomen uit bedoelde functie(s) minus de vaste onkostenvergoeding, vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkering.
    • Lager dan 110% van het actueel geschatte modale inkomen in Nederland 1% van het politieke inkomen uit bedoelde functie(s) minus de vaste onkostenvergoeding, vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkering.
    • Het Lid heeft de verantwoordelijkheid te bepalen welke categorie van toepassing is.
  • Kandidaten verklaren middels het kandidaatstellingsformulier akkoord te zijn met de afdrachtregeling en bereid te zijn aan de daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen per kwartaal en op tijd te zullen voldoen. Indien daaraan niet wordt voldaan of de juiste categorie blijkt niet te zijn toegepast kan ontzetting uit het lidmaatschap van de Partij volgen na een analoge procedure zoals in art 8.2.3. en 8.2.4.

Artikel 8.4 Donateurs

Donateurs zijn allen die geen Lid zijn van de Partij en jaarlijks vrijwillig bijdragen aan de geldmiddelen van de Partij. Aanmelding als donateur geschiedt bij het Bureau.

Artikel 8.5 Financiële verantwoording

  • Jaarlijks biedt het Landelijke bestuur de landelijke ledenvergadering aan:
    • Een begroting voor het komende jaar.
    • Een contributieregeling voor de komende twee jaar voor Digitale leden en Postleden
    • Een regeling voor de financiële bijdrage aan de regio’s en de afdelingen ter vaststelling.
  • Jaarlijks na afloop van het partijjaar laat de penningmeester de boeken van de Partij controleren door een door het Landelijke bestuur aangewezen daartoe bevoegde accountant. Het rapport van deze accountant wordt terstond overhandigd aan het Landelijke bestuur en de Financiële commissie. De jaarrekening dient uiterlijk binnen zes maanden na het einde van het boekjaar door het Landelijke bestuur te zijn vastgesteld en wordt onmiddellijk na vaststelling, vergezeld van het accountantsrapport gedurende ten minste zes maanden voor de Leden op het Bureau ter inzage gelegd.
  • Tijdens de landelijke ledenvergadering wordt de jaarrekening van het afgelopen jaar ter goedkeuring aangeboden en het Landelijke bestuur stelt aan de orde:
    • Het exploitatieoverzicht over het afgelopen jaar.
    • De balans.
    • Het accountantsrapport.
    • Het verzoek aan de ledenvergadering de penningmeester te déchargeren.
  • De toelichting op de jaarrekening bevat onder meer een lijst van alle schenkingen aan de Partij boven het bedrag dat de wet Financiering Politieke Partijen voorschrijft, zonder vermelding van de namen van de schenkers.
  • Bij aanbieding van de jaarrekening legt het Landelijke bestuur verantwoording af over de besteding van het verkiezingsfonds en verschaft inzicht in de voorgenomen besteding van dit fonds.
  • Op het niveau van de regio gelden analoge regelingen als in lid 1 t/m 5, waarbij 8.5.1.3 van toepassing is op de afdelingen.
  • Op het niveau van de afdeling gelden analoge regelingen als in lid 1 t/m 5, waarbij 8.5.1.3 van toepassing is de deelafdelingen.
  • Op het niveau van de deelafdeling gelden analoge regelingen als in lid 1 t/m 5 uitgezonderd 8.5.1.3.

Artikel 8.6 Bijdragen aan regio’s en afdelingen

Het Landelijke bestuur betaalt uit de contributiegelden de door de landelijke ledenvergadering vastgestelde bijdrage aan een regio of afdeling over enig jaar aan deze regio of afdeling niet eerder uit dan nadat een door de ledenvergadering van die regio of afdeling goedgekeurde jaarrekening over het daaraan voorafgaande jaar door het bestuur is ontvangen.

Artikel 8.7 De Financiële commissie: het landelijk niveau

  • De Financiële commissie heeft tot taak toezicht uit te oefenen op het financiële beheer van het Landelijke bestuur en diens penningmeester gevraagd of ongevraagd te adviseren inzake financiële aangelegenheden.
  • De Financiële commissie heeft ook tot taak advies uit te brengen aan de landelijke ledenvergadering inzake de goedkeuring en vaststelling van de begroting, de jaarrekening en de overige financiële aangelegenheden, zoals de korting voor de Digitale leden.
  • De Financiële commissie vergadert ten minste eenmaal per kwartaal en verder zo vaak als twee of meer Leden of de penningmeester dat nodig achten.
  • Besluiten en adviezen van de Financiële commissie worden genomen met een gewone meerderheid van stemmen, waarbij alle Leden hun stem dienen uit te brengen.
  • De leden van de Financiële commissie kunnen te allen tijde kennis nemen van de financiële bescheiden van de Partij en zich door de penningmeester laten inlichten over de stand van zaken.
  • De Financiële commissie heeft bovendien tot taak te besluiten omtrent Décharge van een regio- of afdelingspenningmeester, indien de betrokken ledenvergadering nalaat Décharge te verlenen.

Artikel 8.8 Bevoegdheden van de Financiële commissie: het landelijk niveau

  • De Financiële commissie heeft het recht wanneer veranderende omstandigheden naar haar mening daartoe aanleiding geven, bepaalde posten uit de (deel)begroting geheel of gedeeltelijk te blokkeren.
  • De leden van het Landelijke bestuur behoeven voor het aangaan van enige verbintenis of het doen van uitgaven die niet expliciet in de begroting zijn vermeld of die het in de begroting vermelde bedrag doen overschrijden, schriftelijke goedkeuring van de Financiële commissie.
  • Uitgaven ten laste van begrotingsposten, waar de Financiële commissie een beperking tot het doen van uitgaven, dan wel het aangaan van verplichtingen heeft aangebracht, behoeven eveneens vooraf de schriftelijke goedkeuring van de Financiële commissie.
  • Indien de gevraagde goedkeuring wordt geweigerd, is het Landelijke bestuur, na overleg met de Financiële commissie, bevoegd om het besluit van de Financiële commissie terzijde te stellen en de goedkeuring alsnog te verlenen. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk en gemotiveerd direct bekendgemaakt aan de Financiële commissie en vervolgens aan het eerstvolgende landelijke ledenvergadering.

Artikel 8.9 Financiën op decentraal niveau

  • Op decentraal niveau stelt de ledenvergadering een bij voorkeur permanente Kascommissie in en benoemt een penningmeester.
  • De Kascommissie is belast met het toezicht op het door het decentrale bestuur gevoerde financiële beleid en brengt verslag uit aan de ledenvergadering.
  • Het bestuur stelt zo spoedig mogelijk na de verkiezingen een sluitende meerjarenbegroting op tot aan de eerstvolgende verkiezingen voor het politieke lichaam op haar niveau.
    • Deze meerjarenbegroting wordt ter goedkeuring aan de ledenvergadering voorgelegd.
    • Het decentrale bestuur zendt de meerjarenbegroting uiterlijk een maand na goedkeuring door de ledenvergadering naar het Bureau.
    • Het opgetelde resultaat van de periode tussen twee verkiezingen in dient positief te zijn, maar voor een individueel jaar kan een negatief resultaat begroot worden.
    • In de (meerjaren)begroting mogen slechts subsidies vanuit het landelijk niveau worden opgenomen, indien deze voorafgaand aan het opstellen van de (meerjaren)begroting door het Landelijk bestuur zijn toegekend.
  • Jaarlijks legt het decentrale bestuur de begroting voor het komende jaar ter goedkeuring voor aan haar ledenvergadering.
  • Jaarlijks na afloop van het begrotingsjaar legt het decentrale bestuur de jaarrekening daarvan, inclusief een toelichting, ter goedkeuring aan de ledenvergadering voor.
    • De toelichting bevat tevens, zonder vermelding van namen, een overzicht van alle schenkingen boven het bedrag dat de Wet Financiering Politieke Partijen voorschrijft.
    • De ledenvergadering verleent aan het decentrale bestuur Decharge over het gevoerde beheer nadat de Kascommissie hierover aan de ledenvergadering heeft gerapporteerd en als zodanig heeft geadviseerd.
    • De Kascommissie volgt het standaard ‘protocol Kascommissie’.
  • Het decentrale bestuur zendt de goedgekeurde jaarrekening en begroting voor het volgende jaar naar het Bureau, niet later dan drie maanden na het afloop van het begrotingsjaar. De jaarrekening en de begroting wordt aangeleverd in het standaard format, zoals door het Bureau is opgesteld.
  • Afdelingen en regio’s hebben geen kasgeld.
  • Betalingen en/of declaraties boven de vijfhonderd euro dienen zowel door de penningmeester als door de voorzitter te worden goedgekeurd.

Artikel 8.10 Vergoedingen

  • Er zijn geen aparte regelingen voor vergoedingen.
  • Bestuurders en de leden van relevante commissies ontvangen geen vergoeding van de Partij behalve een onkostenvergoeding voor gemaakte kosten en vacatiegeld voor de leden van het Landelijke bestuur en de decentrale besturen, de landelijke Verkiezingscommissie, de landelijke besluitvormingscommissie, de landelijke Financiële commissie en de Geschillencommissie.

Hoofdstuk 9 Het Bestuurdersgenootschap

Artikel 9.1 Leden van het Bestuurdersgenootschap

  • Het Bestuurdersgenootschap is een sectie van de Partij.
  • Lid van het Bestuurdersgenootschap zijn van rechtswege die Leden van de Partij, die een verkozen of politiek benoemde functie in het openbaar bestuur in Nederland of Europa vervullen of hebben vervuld en hebben aangegeven lid van het Bestuurdersgenootschap te willen zijn.
  • Aan het lidmaatschap is geen afzonderlijke contributieverplichting verbonden.
  • De leden van het Bestuurdersgenootschap vormen tezamen de algemene ledenvergadering van het Bestuurdersgenootschap. Zij stelt een Genootschapreglement vast, dat geen bepalingen mag bevatten die strijdig zijn met de Statuten en het Huishoudelijk Reglement van de Partij.

Artikel 9.2 Bestuur van het Bestuurdersgenootschap

  • Het bestuur van het Bestuurdersgenootschap geeft uitvoering aan de in het reglement van het Bestuurdersgenootschap genoemde taken.
  • Het bestuur van het Bestuurdersgenootschap werkt in overeenstemming met het Landelijke bestuur van de Partij.
  • Het bestuur van het Bestuurdersgenootschap kan gevraagd of ongevraagd advies geven aan het Landelijke bestuur over het partijprogramma, verkiezingsprogramma en actuele politieke ontwikkelingen.
  • De voorzitter van het bestuur van het Bestuurdersgenootschap voert namens het Bestuurdersgenootschap het overleg met het Landelijke bestuur.

Hoofdstuk 10 Beroep bij de Geschillencommissie

Artikel 10.1 Het instellen van beroep

  • Zodra een beroep wordt ingediend, informeert de voorzitter van de Geschillencommissie zo spoedig mogelijk de andere partij en het Landelijke bestuur.
  • De leden en de Ambtelijk secretaris van de Geschillencommissie verstrekken geen verdere informatie over aanhangige beroepen, noch binnen de Partij, noch aan derden die niet bij het beroep betrokken zijn.
  • Iedere partij in een beroepsprocedure dient alle eigen kosten te dragen.

Artikel 10.2 Beroeps- en uitspraaktermijn

  • Een gemotiveerd beroepschrift dient binnen vier weken na de bekendmaking van het besluit vlg art 21 St bij de Geschillencommissie te worden ingediend. De Kamer vlg art 10.4 doet uitspraak uiterlijk zes weken na ontvangst van het beroepsschrift.
  • In afwijking van het voorgaande gelden in de nagenoemde gevallen de volgende afwijkende beroeps- en uitspraaktermijnen:
    • Het besluit tot opzegging of ontzetting als Lid: tot uiterlijk twee weken na ontvangst door de betrokkene van het besluit staat beroep open, waarna de Geschillencommissie binnen twee weken na ontvangst van het beroepschrift uitspraak doet.
    • Indeling van een Amendement in een categorie vlg art 3.10.5.: er geldt een termijn van 48 uur om tegen de indeling in beroep te gaan, waarna de Geschillencommissie binnen 48 uur na ontvangst van het beroepschrift uitspraak doet.
    • Procedurele onvolkomenheden bij Partijstemming op Amendementen, zoals bedoeld in art 3.10.10.: er geldt een termijn van 48 uur om tegen de procedurele onvolkomenheden in beroep te gaan, waarna de Geschillencommissie binnen 48 uur na ontvangst van het beroepschrift uitspraak doet.
    • Afwijzing van het predicaat Actuele politieke motie vlg art 3.13.1.: er geldt een termijn van 24 uur om tegen de afwijzing in beroep te gaan, waarna de Geschillencommissie binnen 48 uur na ontvangst van het beroepschrift uitspraak doet.
    • Dispensatieverzoek vlg art 4.5.7.: er geldt een termijn van drie werkdagen na bekendmaking van het besluit over het dispensatieverzoek in beroep te gaan, waarna de Geschillencommissie binnen zeven werkdagen na ontvangst van het beroepschrift uitspraak doet.
    • Besluit inzake dispensatieverzoek kandidaatstelling voor Vertegenwoordigend lichaam vlg art 6.1.11. en 6.1.12.: tot uiterlijk drie werkdagen na verzending van het bericht van niet-acceptatie kan beroep worden ingesteld bij de Geschillencommissie, die uiterlijk binnen zeven werkdagen na ontvangst van het beroepschrift uitspraak doet.
    • Besluit inzake kandidaatstelling voor besturen en commissie vlg art 6.1.13.: de beroepstermijn is drie werkdagen na de sluiting van de aanmeldingstermijn en de Geschillencommissie doet uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de Partijstemming uitspraak.
    • Wijze van handelen bij de totstandkoming van het stemadvies vlg art 6.8.5.: tot drie werkdagen nadat de adviesplek aan de Kandidaat is medegedeeld, kan een beroep aanhangig worden gemaakt bij de Geschillencommissie, dat binnen zeven werkdagen na ontvangst van het beroepschrift uitspraak doet.
    • Besluit inzake maatregelen vanwege schending van de ‘Regeling Voorkeursacties’: de beroepstermijn is 48 uur na bekendmaking van de maatregelen en de Geschillencommissie doet binnen 48 uur na ontvangst van het beroepschrift uitspraak.
    • Besluit inzake een beroepschrift tegen een besluit van de Besluitvormingscommissie tot het opschorten van een besluit van de ledenvergadering: binnen uiterlijk drie maanden na ontvangst van het beroepschrift uitspraak.
  • Tegen een uitspraak van de Geschillencommissie is geen beroep mogelijk.

Artikel 10.3 Het vooronderzoek

  • Het beroepschrift wordt zo spoedig mogelijk aan de voorzitter van de Geschillencommissie gestuurd, die eerst nagaat of de Geschillencommissie bevoegd is om over het beroep te besluiten. Is de Geschillencommissie niet bevoegd dan stelt de voorzitter het beroep buiten behandeling en informeert uiterlijk binnen twee weken de indienende daarover met de motivering. Tegen dit buiten behandeling stellen is geen beroep mogelijk.
  • De voorzitter bepaalt of het beroepschrift, gelet op de daarop van toepassing zijnde regelgeving, tijdig is ingediend. Is dat niet het geval dan stelt de voorzitter het beroep buiten behandeling en informeert uiterlijk binnen twee weken de indienende daarover met de motivering. Tegen dit buiten behandeling stellen is geen beroep mogelijk.
  • De voorzitter van de Geschillencommissie kan proberen de partijen te verzoenen.
  • De toegevoegd secretaris zendt verweerder het beroepschrift en stelt verweerder in de gelegenheid de op het beroep betrekking hebbende stukken en – behalve in spoedeisende gevallen – een verweerschrift in te dienen. De stukken en het verweerschrift worden aan de indienende van het beroepschrift gezonden.

Artikel 10.4 De leden van de behandelende Kamer

  • De behandeling van de zaak vindt plaats door een uit de Geschillencommissie samengestelde Kamer. De Kamer hoort partijen (of hun vertegenwoordigers) in elkaars aanwezigheid. De Kamer bestaat uit drie Leden die niet persoonlijk betrokken zijn bij het aanhangige beroep, zodat hun onpartijdigheid geen gevaar loopt. Een zodanige persoonlijke betrokkenheid wordt steeds aangenomen bij:
    • Bloed- en aanverwantschap.
    • Het bestaan van een dienstverband bij indienende of verweerder.
    • De betrokkenheid bij een eerder besluit omtrent een beroep bij ontzetting uit het lidmaatschap.
    • De voorzitter van de Geschillencommissie, indien deze heeft geprobeerd de partijen te verzoenen.
  • Bij twijfel over de persoonlijke betrokkenheid van een lid van de Geschillencommissie besluit de voorzitter.
  • Een partij kan tot uiterlijk drie werkdagen voor de mondelinge behandeling een lid van de Kamer wraken indien deze volgens die partij zodanig persoonlijk is betrokken, dat de onpartijdigheid gevaar loopt. Het gemotiveerde besluit van de Geschillencommissie tot het al dan niet uitsluiten van een lid van een Kamer wordt op een zodanig tijdstip genomen, dat de reeds geplande behandeling doorgang kan vinden. Tegen dit besluit is geen beroep mogelijk.

Artikel 10.5 Zorgvuldige behandeling

De voorzitter van de Kamer draagt met inachtneming van Hfdst 10 en het door de Geschillencommissie vastgestelde reglement van orde zorg voor een zorgvuldige behandeling waarin partijen gelijke kansen hebben om hun standpunten toe te lichten.

Artikel 10.6 De uitspraaktermijn: snelle uitspraak

Indien een tijdige indiening van een kandidatenlijst een snellere uitspraak noodzakelijk maakt, wordt de uitspraaktermijn dienovereenkomstig ingekort. Tegen deze inkorting is geen beroep mogelijk.

Artikel 10.7 De uitspraak en het beroep tegen de uitspraak

  • De Kamer besluit bij voltalligheid naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de Statuten en de van toepassing zijnde reglementen.
  • De schriftelijke uitspraak bevat een motivering voor de besluit. Het dictum van de uitspraak wordt onverwijld aan partijen medegedeeld.
  • Indien één van de partijen meent dat aan de procedurele vereisten, vervat in dit Hfdst, niet is voldaan en daardoor benadeeld te zijn, dient binnen 24 uur nadat het dictum van de uitspraak aan betrokkene is medegedeeld, hoger beroep te worden ingesteld bij de voorzitter van de Geschillencommissie, dan wel diens plaatsvervanger indien de voorzitter deel heeft uitgemaakt van de Kamer. Deze stelt onverwijld een onpartijdig onderzoek in naar de gevolgde procedure en vervolgens besluit hij:
    • Of tot handhaving van het besluit van de Kamer, waartegen geen beroep mogelijk is.
    • Of tot heropening van de beroepsprocedure door een nieuwe Kamer.

Artikel 10.8 De mededeling van de uitspraak

  • Iedere uitspraak wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken nadat de Kamer heeft besloten, aan partijen medegedeeld. Het betreffende bestuur wordt tegelijkertijd van de uitspraak op de hoogte gesteld.
  • Indien het besluit een interpretatie van de Statuten of het Huishoudelijk Reglement inhoudt, wordt deze interpretatie op de Website gepubliceerd.
  • De Geschillencommissie heeft het recht de uitspraak en omschrijving van de aan haar voorgelegde beroepen met inachtneming van de privacy te publiceren op de Website en daarnaar in de Partijblad te verwijzen.
  • Indien een ontzetting uit het lidmaatschap wordt vernietigd, doet in afwijking van het derde lid het bestuur uitsluitend op verzoek van het betrokken Lid mededeling van de uitspraak op de Website.

Artikel 10.9 Rechtskracht

Alle uitspraken en besluiten van de Geschillencommissie hebben onmiddellijke rechtskracht tussen partijen. Besluiten die een interpretatie inhouden van de Statuten, het Huishoudelijk Reglement of enig van toepassing zijnd reglement zijn bindend voor ieder die het aangaat.

Hoofdstuk 11 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11.1 Publicatie van statuten en reglementen op de Website

  • Het Landelijke bestuur draagt zorg voor publicatie op de Website van de Statuten en dit Huishoudelijk Reglement alsmede van:
    • De Statuten van de in art 4.3.2. en 4.3.3. bedoelde rechtspersonen.
    • Het redactiestatuut van de Website, vast te stellen door het Landelijke bestuur.
    • Het redactiestatuut van het Partijblad, vast te stellen door het Landelijke bestuur.
    • Het reglement van het Bestuurdersgenootschap, vast te stellen door de algemene ledenvergadering van het Bestuurdersgenootschap.
    • Het reglement van orde van de Geschillencommissie, vast te stellen door de Geschillencommissie, alsmede in uitspraken van een Kamer van de Geschillencommissie opgenomen interpretaties van de Statuten of het Huishoudelijk Reglement.
    • De standaardreglementen, protocollen en formats voor de regio’s, afdelingen en deelafdelingen.
  • Indien het Landelijke bestuur of enige daartoe bevoegde commissie op grond van enige bepaling over het Huishoudelijk Reglement een regeling of aanwijzing heeft opgesteld of ter uitvoering of uitwerking van bepalingen in dit reglement nadere regels stelt, worden deze eveneens op de Website gepubliceerd.

Artikel 11.2 Inwerkingtreding en aanpassing door de Besluitvormingscommissie

  • Wijzigingen in dit Huishoudelijk Reglement treden in werking vijftien werkdagen nadat de landelijke ledenvergadering deze wijzigingen heeft vastgesteld vlg art 1.2.8. met een absolute meerderheid van stemmen.
  • De Besluitvormingscommissie heeft de bevoegdheid aan het Huishoudelijk Reglement zo nodig het volgende aan te passen:
    • De in Hoofdstuk 1 opgenomen definities en begrippen.
    • De nummering van artikelen.
    • De in dit Huishoudelijk Reglement opgenomen verwijzingen naar andere bepalingen uit de Statuten of dit Huishoudelijk Reglement.

Artikel 11.3 Bepalingen ten aanzien van de Startfase van de Partij

  • De Startfase van de Partij begint met de oprichtingsvergadering en eindigt twee jaar na de uitslag van de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 2021, mits er in 2021 ten minste één partijlid is verkozen in de Tweede Kamer vlg art 27 St.
  • In de oprichtingsvergadering wordt voorgelegd en kan worden aangenomen met een absolute meerderheid van stemmen:
    • Het Partijprogramma.
    • Het concept van de Statuten.
    • Het concept van het Huishoudelijk Reglement.
    • Het Beleidsplan 2020 – 2025.
    • Het voorstel voor de contributie in 2020, 2021 en 2022.
    • Het Privacybeleid.
    • Het Giftenreglement.
    • Het Cookiebeleid.
    • De benoeming voor een eerste termijn van vier jaar van de Lijsttrekker, de fractievoorzitter, de voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het Landelijke bestuur.
  • Het in dit Huishoudelijk Reglement bepaalde is in de Startfase van de Partij deels nog niet uitgewerkt en deels nog niet uitvoerbaar. Het in de oprichtingsvergadering benoemde Landelijke bestuur is bevoegd om in die gevallen, waarin nog niet is voorzien, besluiten te nemen en zorg te dragen voor de uitvoering daarvan.
  • Is in 2021 minimaal één partijlid verkozen in de Tweede Kamer dan dient na de uitslag:
    • Binnen zes maanden de Website volledig operationeel te zijn, opdat daarmee communicatie met de Leden kan plaatsvinden, partijenquêtes kunnen worden afgenomen en Partijstemmingen kunnen worden gehouden.
    • Binnen een jaar het Bureau operationeel te zijn.
    • Binnen de startfase de flankerende reglementen, protocollen, et cetera op de verschillende niveaus te zijn uitgewerkt, in een Partijstemming aan de partijleden te zijn voorgelegd en te zijn goedgekeurd.
  • Tijdens de startfase kan het Landelijke bestuur optreden als Geschillencommissie.
  • Tijdens de startfase kan het Landelijke bestuur naar bevind van zaken handelen, waarbij zij de bevoegdheid heeft besluiten ter zake te nemen over hetgeen niet of nog niet in de Statuten, in het Huishoudelijk Reglement of intussen in een goedgekeurd reglement, protocol, standaard format, et cetera is geregeld. Tegen een dergelijk besluit van het Landelijke bestuur is geen beroep mogelijk.
  • Tijdens de startfase kan het Landelijke bestuur de noodzakelijk te verrichten taken op zich nemen van de diverse commissies indien deze commissies nog niet zijn ingesteld, uitgezonderd de taken van de Financiële commissie of Kascommissie. Tegen de besluiten van het Landelijke bestuur bij de uitvoering van deze taken is in de startfase geen beroep mogelijk.

[1] De Eerste Kamer wordt getrapt gekozen door de leden van de Provinciale Staten.