Wet Voltooid leven is overbodig met betere Euthanasiewetgeving.
W.F.M. van Dijk, psycholoog. Geplaatst in het Parool 26 april 2022-04-26

Graag reageer ik op de brieven van Aan Fransien ter Beek (afgelopen woensdag) en René Héman (donderdag) op mijn bijdrage over palliatieve sedatie.

“Laten we (Euthanasiewet) niet afbreken” schrijft Ter Beek. Precies: mijn voorstel is de wet verder op te bouwen, inclusief het heroverwegen van palliatieve sedatie. De wetgever eist in de Wet toetsing Levensbeëindiging van de arts het vaststellen van Uitzichtloos en Ondraaglijk lijden. Dat kan uitsluitend de betrokkene. Accepteert de arts onvoorwaardelijk wat de patiënt daarvan vindt – de bedoeling van de Euthanasiewetgeving – dan kunnen deze eisen worden geschrapt. Over blijven eisen voor vrijwillig, weloverwogen, tijdig, wilsbekwaam goed geïnformeerd een besluit nemen met als ethisch fundament het Zelfbeschikkingsrecht.
“Dankzij deze wet werden in 2021 7666 mensen (met euthanasie) geholpen”. Het gaat om de mensen die niet geholpen zijn: circa 800 geweigerde Euthanasieverzoeken/jaar met een langere lijdensweg; 35.500 ellendige palliatieve sedaties/jaar, ondanks vaak een Euthanasieverklaring; 31% uitgevoerde Euthanasieverzoeken door het Expertisecentrum Euthanasie (wachttijd mogelijk 2 jr); slechts 2 à 3 mensen/jaar kregen in een vergevorderd dementiestadium Euthanasie.
“(met Wet Voltooid Leven, die nu in de Tweede Kamer wacht op behandeling) kunnen mensen die zonder beoordeling door een arts willen sterven bij een hulpverlener terecht”. Wie? Er zijn negen zorgvuldigheidseisen waaronder: 75 jaar of ouder, wilsbekwaam, duurzaamheid van de wens (bepaald door twee hulpverleners met tussen eerste en tweede gesprek minimaal twee maanden), vermogen tot zelf innemen. Deze wet is overbodig met een gewijzigde Wet toetsing levensbeëindiging.
Dan om te reageren op René Héman.
“Van Dijk stelt voor ‘barmhartig’ dat ook mensen die niet lijden euthanasie moeten kunnen krijgen, zelfs als ze daar nooit om gevraagd hebben”. Dat is onjuist op één uitzondering na: de patiënt die palliatieve sedatie moet krijgen, mag kiezen voor barmhartige euthanasie. Ik schreef: “Zou palliatieve sedatie nodig zijn dan is het barmhartig als de betrokkene of diens wettelijk vertegenwoordiger mag kiezen tussen palliatieve sedatie en onmiddellijke euthanasie, ook zonder euthanasieverklaring”.
“Ondraaglijk lijden en het eigen verzoek van de patiënt zijn niet voor niets de hoekstenen van de huidige Euthanasiepraktijk”. In mijn voorstel beoordeelt niet de arts maar de patiënt ondraaglijk lijden (zie boven) en kan niemand “ongestraft en ongecontroleerd een einde maken (aan iemands leven)”.
“Tijdens die sedatie zijn mensen in slaap en lijden ze niet meer” en ik zou “een onzinnig schrikbeeld van palliatieve sedatie” schetsen. Onzinnig? Palliatieve sedatie vermindert het bewustzijn, je versterft zonder eten en drinken en wordt vaak een skelet. De patiënt verwerkt bijvoorbeeld pijnprikkels, maar kan daarop nauwelijks reageren. Arts Rogier van Deijck schrijft in zijn proefschrift over: “…binnen een acceptabel tijdsbestek minder lijden” (dus wel lijden); en “…alhoewel in de laatste uren bij sommige patiënten ook hogere scores van lijden aanwezig waren”. Het Rapport Patiëntenfederatie 2019 vermeldt citaten over intens lijden bij palliatieve sedatie. Ik interviewde artsen die de toepassing van palliatieve sedatie zinloos vinden (palliatieve zorg is prima). Veel mensen schreven mij over ellendige palliatieve sedaties.
René is geschokt. Is hij ook geschokt door de cijfers hierboven?

Fransien en René: laten we ons openstellen voor deze tijd, de euthanasiewetgeving verder opbouwen en de wetswijziging als kans en niet als bedreiging zien.