Het referendum

Nieuwe Democratie wil een goed geregeld referendum invoeren.

Van de 27 EU-lidstaten hebben alleen België en Nederland wettelijk geen mogelijkheden voor een landelijk referendum. Noorwegen, Cyprus en Tsjechië hebben dat ook niet, maar daar wordt soms toch op wettelijke basis een referendum georganiseerd. In Nederland is het raadgevend referendum in 2015 ingevoerd en na het politiek niet gehonoreerde Oekraïne-referendum (2016) afgeschaft in 2018. Waarom? Omdat de spelregels beroerd waren.

Voor onze moderne transparante tijd vindt Nieuwe Democratie de instelling van een bindend resp. adviserend referendum noodzakelijk. Dat referendum zou globaal als volgt geregeld kunnen worden.

Om geïnformeerd meedenken te bevorderen richten we een van Nieuwe Democratie onafhankelijk Enquête-Informatie instituut (EI) op. Het EI houdt diepe voeling met de bevolking via het verzamelen van feitelijke informatie uit de journalistiek, sociale media, wetenschap, etc. Deze info wordt besproken in een per onderwerp deskundige denktank en deze stelt vast of er nader onderzoek moet plaatsvinden. Op de EI-website wordt kernachtig feitelijke info geplaatst. Ieder mag die info aanvragen, kan meedenken, de politiek beïnvloeden en draagt zelf de verantwoordelijkheid zich objectief te informeren.

Er zijn in de startprocedure voor ons referendum drie drempels.

  1. Begint een onderwerp te gisten, dan verzorgt het apolitieke onderdeel van EI kernachtige info over het onderwerp (tegen nepnieuws).
  2. Er wordt een startenquête gehouden om een eerste inschatting te kunnen maken. Lijkt een meerderheid van meer dan 50% vóór een referendum over een onderwerp (bv. over een beleids- of wetsvoorstel), dan volgt:
  3. er dienen 400.000 handtekeningen te komen voor het aanvragen van het referendum.

Niemand hoeft dus bang te zijn voor te veel referenda.

Wordt aan 1 t/m 3 voldaan, dan is er een wettelijke plicht dat referendum op korte termijn uit te schrijven.

Het referendum is alleen geldig bij een opkomstpercentage van minimaal 70% (65%, kwetie van overleg) van de kiesgerechtigden (de opkomstdrempel). Het ja (of nee) is bij minimaal 65% (60%, kwestie van overleg) van de stemmen een bindende uitslag voor de regering en Tweede Kamer. Bij 51-65% is het adviserend.

Zo ontstaat een directe democratie met bindende initiatieven vanuit de bevolking, los van en dwars door de politieke partijen heen. Na een bindend referendum dient elke politicus en elke partij de mening van de bevolking m.b.t. het onderwerp van het referendum te respecteren.

Hebben referenda succes dan zullen politieke partijen meer letten op de publieke opinie naast hun partijpolitieke belangen, willen ze tenminste voorkomen gezichtsverlies te lijden of kiezers te verliezen. Ze zullen meer rekening gaan houden met wat de grote meerderheid van de bevolking vindt dan zich te sterk te focussen op hun partijpolitieke standpunt. Het gevolg zal zijn dat referenda minder nodig en ten slotte overbodig zullen zijn.

Opmerking: In feite is/was er eerder al grotendeels politieke instemming. Het merendeel van de politieke partijen heeft zich in het verleden uitgesproken als voorstander van een (correctief) referendum. De wenselijkheid van een referendum is al aan de orde geweest in de Staatscommissie Biesheuvel 1985 Relatie kiezers – beleidsvorming: referendum en volksinitiatief en de Commissie De Koning 1993 Het correctief referendum. Het Voorstel Dijkstal 1997 is in eerste lezing geaccepteerd door beide kamers; in tweede lezing wel door Tweede Kamer, maar in 1999 in de Eerste Kamer met één stem verworpen voor de vereiste twee derde meerderheid. Ook de Staatscommissie Remkes 2019 stond in Lage drempels, hoge dijken positief tegenover het referendum.